Daar stond hij, met op zijn schouders alle nederigheid en hoop die een oude man kan dragen. Ghassan Kanafani’s novelle 'Mannen in de zon' wordt vaak genoemd als een van de meest aangrijpende en invloedrijke werken in de moderne Arabische literatuur. Het boek verscheen voor het eerst in 1962, is fenomenaal vertaald door Djûke Poppinga en uitgebracht in Nederland in 2023. Het verhaal is kort in omvang, maar groots in intensiteit en reikwijdte en helaas relevanter dan ooit tevoren. Het boek laat je het verlangen en de wens naar een beter leven voelen. Het beschrijft niet alleen de fysieke tocht van drie Palestijnse vluchtelingen begin jaren 50 die proberen naar Koeweit te reizen, maar ook de innerlijke strijd, de dromen en de tragische onmacht van een volk dat op zoek is naar bestaansrecht en toekomst. Het verhaal volgt drie mannen die ieder vanuit hun eigen achtergrond proberen een nieuw leven te vinden in Koeweit. Zij hopen op werk en een toekomst, maar hun weg voert hen dwars door de hitte en de onherbergzaamheid van de woestijn. “Daar bevond zich het land dat tot dan toe niet meer dan een droom, een fantasie was geweest. Maar het land bestond, dat kon niet anders: een tastbare realiteit van stenen, aarde, water en lucht. Heel anders dan de droombeelden die in zijn oververmoeide hoofd sluimerden.” Onderweg ontmoeten zij een oudere man die aanbiedt hen de grens over te smokkelen in zijn tankwagen. Kanafani laat de lezer kennismaken met de drie hoofdpersonages door middel van korte, indringende schetsen. Elk van hen draagt zijn eigen last en zijn eigen dromen. Hun wanhoop, hun dromen, hun machteloosheid en hun moed staan symbool voor de ervaring van vele Palestijnen van ontworteling en verlangen naar een thuis. Wat opvalt vanaf de eerste pagina’s is de rijkdom van Kanafani’s taal. De stijl is beeldend, vaak poëtisch, zonder ooit overdadig te worden. “De geur van de aarde drong in zijn neus en stroomde als een onstuitbare vloedgolf door zijn aderen.” Het landschap van de woestijn wordt opgeroepen in beelden die bijna tastbaar zijn: de zinderende hitte, het genadeloze licht, de stilte die bijna oorverdovend wordt. Je wordt meegezogen in een wereld die je tegelijk beklemt en betovert. Arabische literatuur is eeuwenlang sterk geworteld geweest in poëzie. Deze klassieke poëtische traditie laat Kanafani leven in deze korte novelle. Het ritme van zijn taal roept de traagheid van de dorre leegte op, de vermoeidheid van lichamen die niet langer willen, de droogte van een toekomst die steeds verder weg lijkt. Kanafani wordt vaak ondergebracht in wat later de literatuur van verzet is gaan heten. In de Arabische literatuur betekent dit dat de tekst niet alleen een artistiek werk is, maar ook een politieke daad: een manier om stem te geven aan een onderdrukte gemeenschap. In dit aangrijpende boek staat Kanafani onder andere heel mooi stil bij de vraag: Wanneer vlucht je dan? Wat moet je allemaal afgenomen zijn, wat moet er allemaal gebeuren? Welk jaar is het jaar van de vlucht? “Je hebt er tien lange jaren over gedaan om eindelijk te beseffen dat je alles bent kwijtgeraakt: je bomen, je huis, je jeugd en je dorp. De meeste anderen hebben zich door het leven heen geslagen, maar jij zat al die tijd als een oude reus weggekropen in je armetierige hutje. Waar wacht je nog op?” Uiteindelijk vinden de mannen de dood achterin de tankwagen en vraagt de oudere man zich wanhopig af waarom ze niet geklopt hebben. Die stilte wordt vaak gezien als symbool voor de politieke passiviteit van de Palestijnen in die periode: een volk dat leed, maar zich niet liet horen. Kanafani legt hiermee een scherpe, bijna pijnlijke spiegel voor aan zijn eigen gemeenschap. Het is niet alleen een tragedie van drie individuen, maar ook een collectieve tragedie van een volk dat geen stem heeft of geen stem durft te gebruiken. Mannen in de zon is een verhaal over hoop en wanhoop, over dromen en desillusies. Het is ook een verhaal over verantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid voor jezelf, je familie, en voor de toekomst van een volk. Kanafani laat zien dat die verantwoordelijkheid vaak te zwaar is om te dragen, zeker wanneer de omstandigheden zo genadeloos zijn als die van de Palestijnen in ballingschap. Wat dit boek uiteindelijk zo bijzonder maakt, is de balans tussen eenvoud en poëzie. Het verhaal is in wezen rechtlijnig en eenvoudig: drie mannen proberen een grens over te steken. Maar de manier waarop Kanafani dit vertelt, tilt het op tot iets universeels. Het gaat niet alleen over Palestijnen, of over migranten in het Midden-Oosten. Het gaat over de menselijke conditie: de eeuwige strijd om ergens thuis te horen, om een beter leven te zoeken, om niet vergeten te worden. “De zware tankwagen baande zich met de vier mannen een weg door de woestijn en nam hun dromen, hun gezinnen, hun ambities, hun verdriet, hun wanhoop, hun kracht, hun zwakte, hun verleden en hun toekomst mee. Hij leek tegen een enorme deur te duwen, die leidde naar een nieuwe, onbekende bestemming. Alle ogen waren gevestigd op die deur, alsof ze er door onzichtbare draden naartoe werden getrokken.” Het is een meesterwerk wat iedereen gelezen moet hebben. Kanafani schrijft niet alleen een verhaal, hij weeft een gedicht in proza. Hij laat zien hoe literatuur niet alleen kan getuigen van een politieke en menselijke tragedie, maar die ook in schoonheid kan omzetten. Het slot van het boek, de vraag die in de lucht blijft hangen, blijft rondzingen: waarom hebben jullie niet geklopt? Het is een vraag die zich niet alleen richt tot de drie mannen in de tank, maar ook tot de ons, tot de mens, tot de wereld. Het maakt dit boek niet alleen literair krachtig, maar ook moreel urgent. “Alsof deze lege woestijn een reus verborg, die hun hoofden geselde met vuur en kokende teer. Maar konden de zon hen wel doden, met alle drek die in hun borstkas gevangen zat?” Mannen in de zon van Ghassan Kanafani, vertaald door Djûke Poppinga en uitgegeven door Uitgeverij Jurgen Maas in 2023. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link.
0 Opmerkingen
Maar wat deed het verleden een nog toe? De nieuwe morgen spreidde zich rondom hem uit als een lichtende en beschermende werkelijkheid, de kwade herinneringen waren van sneeuw en de geelachtige zonnewarmte deed ze smelten. In maart 2025 overleed Mario Vargas Llosa. Een groot gemis voor de prachtige Zuid-Amerikaanse literatuur. Gelukkig heeft hij een productief schrijverschap gehad en zijn er vele boeken van hem om van te genieten. Hoog tijd om een van zijn boeken hier de revue te laten passeren. En dan kan ik wel zeggen dat het een van zijn meest iconische boeken is, maar dat past niet. Hij heeft zoveel magnifieke en iconische boeken geschreven dat ‘De stad en de honden’ een van de boeken in deze memorabele rij is. Llosa heeft een uniek stemgeluid laten horen in zijn boeken waarin macht, militarisme, giftige mannelijkheid en de strijd om het bestaan steeds terug blijven komen. Zo ook in ‘De stad en de honden’ waarin hij een geluid laat horen van macht, militarisme en de strijd van jonge jongens onderling op een cadettenschool. Het is het boek waarmee hij op jonge leeftijd in 1963 doorbrak en wat in 1964 in Nederland uitgebracht is, vertaald door J. G. Rijkmans. Het boek speelt zich grotendeels af binnen de muren van de militaire school waar jonge cadetten worden opgeleid. Binnen deze muren wordt duidelijk hoe de jongens niet alleen getraind worden tot soldaten, maar ook gehard tot mannen die leren leven met hiërarchie, vernedering en geweld. Ondanks dat is er een kleine groep jongens die macht weet te verkrijgen onder de cadetten. Onder aanvoering van ‘de Jaguar’ geven de jonge honden zich over aan alle mogelijke uitspattingen. Ze kleineren, bespotten en mishandelen een eenling die ze behandelen als slaaf. Bij een van de militaire oefeningen raakt hij zo zwaar gewond dat hij sterft. Llosa experimenteert met tijdsprongen, perspectiefwisselingen en fragmentarische scènes die soms overlappen. Deze stijl vraagt wat van jou als lezer maar geeft ook een heel eigen stem aan Llosa in zijn boeken. De chaos en de verwarring van de cadetten wordt weerspiegeld in de structuur van het boek middels de schrijfstijl. Het is alsof je als lezer zelf gevangen raakt in de doolhof van macht, geheimen en geweld. Bovendien wordt de waarheid voortdurend ondermijnd: niemand heeft het hele verhaal in handen wat een krachtige spiegeling met de werkelijkheid oplevert. De taal van Vargas Llosa is rauw en direct, soms hard en schokkend, maar ook poëtisch en indringend. Hij werkt met metaforen en symbolen. De school het functioneert als een microkosmos waarin de machtsstructuren, corruptie en ongelijkheid van de buitenwereld weerspiegeld worden. “Het bergschaap staat onbeweeglijk boven het gras, met slap neerhangende oren en grote vochtige ogen, die verloren in de lege ruimte staren.” Zoals het bergschaap dat de algehele sfeer op de school spiegelt of de hond die komt aanlopen en niet meer weggaat ondanks alle mishandelingen. Llosa beschrijft de kleinste en mooiste details zorgvuldig en met een vlaag humor. “De majoor nam het rapport weer ter hand. Terwijl hij het overlas probeerde hij op de rode haren van zijn snor te bijten, maar hij had heel kleine tandjes, die er alleen maar in slaagden over zijn lippen te schrapen en ze te irriteren. Met de hiel van zijn ene voet klopte hij zenuwachtig op de grond.” Zijn verbeeldende stijl brengt het boek tot leven en geeft personages unieke karakteristieken die zich vol charme laten visualiseren. En tegelijkertijd maakt Llosa van deze personages een soort spotprent. Hoewel het boek zich beperkt tot de setting van de militaire academie, is het onmogelijk om het boek los te zien van de bredere Peruaanse samenleving in de jaren zestig. “Het standbeeld van de held scheen een treurende plant, doortrokken van dauw.” Een samenleving die zich voortdurend op het snijvlak van democratie en militarisme bevond en hier ook regelmatig in gewisseld is gedurende de jaren. Llosa laat zien hoe corruptie, machismo en hiërarchie diep verankerd zijn, niet alleen binnen het leger maar in alle lagen van de maatschappij. Tegelijkertijd wordt er een andere paradoxale vraag aangereikt in dit boek, eentje die mij triggert en nieuwsgierig maakt. Wat als iedereen doet wat niet mag, is het dan oké? Hoe bestraf je dan en is dat dan nog mogelijk? Wat kan je nog doen om de orde te bewaren? Het zijn vragen waar de schoolleiding tegenaan loopt als ze er eenmaal achterkomen welke misstappen en gebeurtenissen die zich onder de cadetten afspelen. “Het was het tweeslachtige, onbestemde uur, waarop de middag en de avond met elkaar in evenwicht verkeren en elkaar als ’t ware neutraliseren.” Het is wellicht ook de vraag die militarisme in de hand speelt. Wat als het tegengeluid niet meer gehoord wordt? Enerzijds is het moeilijk om niet geraakt te worden door de emoties van de personages: de vernederingen van de Slaaf, de innerlijke strijd van de Poëet, de woede en eenzaamheid achter de façade van de Jaguar. Anderzijds word je ook voortdurend geconfronteerd met de banaliteit van wreedheid: hoe gemakkelijk jonge jongens elkaar kunnen breken, hoe snel macht corrumpeert. Het lijkt daarmee ook een paradoxaal verhaal. Een ander mooi aspect is dat het boek niet verzandt in een simpele aanklacht of moralistische boodschap. “Hij hield juist van het militaire leven om dezelfde reden waarom de anderen het haatten: om de discipline, de hiërarchie en de veldoefeningen.” Er is geen zwart-wit tegenstrijdigheid van goed versus slecht. Het is een beschrijvend en beschouwend boek zonder daadwerkelijk antwoord te willen geven. Een boek met respect voor ieders verhaal. Llosa’s ‘De stad en de honden’ geldt als een van de belangrijkste werken uit de Latijns-Amerikaanse literatuur. Het boek schetst een meedogenloos beeld van een jonge generatie die gevormd wordt in een wereld van geweld, machtsstrijd, onderdrukking en mannelijkheid, en legt tegelijk een spiegel voor aan de Peruaanse samenleving van die tijd. Llosa heeft een hele eigen stijl en vertelwijze en dat maakt hem als schrijver uniek. De metafoor is bijzonder krachtig, beangstigend en reflectief wat dit een bijzonder boek maakt en zeker het leesavontuur waard is! “Het was de laatste zomerdag en nadat hij drie maanden lang als gloeiende kool boven de stranden had gebrand, ging de hemel boven Lima betrekken en kondigde een lange, grijze slaap aan.” De stad en de honden van Mario Vargas Llosa, vertaald door J.G. Rijkmans en uitgegeven door Meulenhoff in 1964. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Ja, geel stond voor financiële voorspoed. Financiële voorspoed betekende: de geldstroom die onze kant op kwam. Dat wij er in geslaagd waren om hier een woonplek te vinden en geld te verdienen, had uiteraard deels te maken met de inspanning die we van tijd tot tijd hadden geleverd, maar ik was er sterk van overtuigd dat het in principe vooral te danken was aan het geluk van de kleur geel. Mieko Kawakami is een Japanse auteur en een literair fenomeen in eigen land. Inmiddels is ze ook in Nederland doorgebroken met lovende kritieken. Haar werk is vaak intiem, confronterend en tegelijkertijd verrassend toegankelijk. Er zijn vier boeken van haar vertaald naar het Nederlands, waaronder ‘Het gele huis’ en ‘Alle geliefden van de nacht’. Die laatste is al eerder op De Letterfretter voorbij gekomen en dat boek heeft ervoor gezorgd dat ik, net als velen, fan geworden ben van Mieko Kawakami. De onrust en onheilspellende sfeer voel je vanaf de eerste zinnen van ‘Het gele huis’. In het boek zet Kawakami een thema centraal dat universeel is en toch vaak in de marge blijft hangen: de invloed van geld, armoede en welvaart op het leven van iemand. Niet in de rauwe vorm van economische analyses of cijfers, maar in de dagelijkse strijd, de dromen en de keuzes van gewone mensen. Het boek opent met de 40-jarige vertelster Hana die bij toeval online leest dat een vrouw met wie ze jarenlang heeft samengewoond beschuldigd is van mishandeling, intimidatie en illegale opsluiting. We maken een grote sprong terug in de tijd naar de twintigste eeuw naar het nachtelijke Tokio met de geur van alcohol en sigarettenrook. “Kinderen renden op donkere plekken, omzoomd met nog donkerder schaduwen. Hoe vaak ik ook herhaalde dat het ’s nachts eng was, dat ze niet die kant op moesten gaan, de kinderen lachten alleen maar, ze wisten niet dat dit de nacht was, ze wisten niet eens wat de nacht inhield, niemand wist dat.” Een Japan dat maar weinig mensen ontdekt hebben en een beeld creëert wat onbekend is. We zien Hana worstelen in haar strijd om volwassen te worden en uit de armoede te klimmen. Van jongs af aan heeft ze het zelf moeten redden. “Iedereen die leeft wordt ouder. Ik wist niet wat ouder worden inhield tot het me zelf overkwam.” Ze opent een bar Lemon samen met een vriendin en gaat samenwonen met drie vriendinnen met wie ze samen Lemon runt. Langzaamaan komt ze in een wereld terecht waar grenzen vervagen en het geld lonkt. De drang naar welvaart neemt haar geleidelijk over. Een van de meest opvallende lijnen in dit boek is de spanning tussen doemdenken en geloven wat je wilt geloven. Hana gaat uit van verlies, armoede en angst en bouwt vol verlangen haar hoop en geloof daarop, vaak tegen beter weten in. “Nu ik zo zonder doel rondliep, kreeg ik de merkwaardige gewaarwording dat ik me voortbewoog in een droom waarin richting noch tijd bestond.” Wat bijzonder sterk naar voren komt, is hoe overtuigingen een keuze zijn, maar dat vaak onbewust vervlochten in onze dagelijkse rituelen waardoor ze een sterke factor zijn in hoe je kijkt naar de toekomst. En daarin ook veelal bepalend zijn als een self fulfilling prophecy. Het spirituele geeft Hana houvast. De kleur geel uit de Feng Shui spreekt haar bijzonder aan en krijgt een steeds belangrijkere plaats in haar leven. Geel staat in de Feng Shui voor welvaart en Hana creëert een gele plek in huis dat als heiligdom wordt beschouwd. Daarmee wordt je meteen gewezen op de paradox van rijkdom: het verlangen ernaar kan bijna religieuze trekken aannemen, terwijl de werkelijkheid vaak grillig, onvoorspelbaar en meedogenloos is. Geld en welvaart is een belangrijke drijfveer in dit boek. “Geld is gewoon voortdurend in beweging. Van hier naar daar, van de ene persoon naar de andere, van ergens naar ergens. Is dat verplaatsen de ware aard van geld? Wanneer je geld nodig hebt, wanneer je geld wilt hebben, hoe staan die wens en de ware aard van geld dan in vredesnaam tot elkaar in verhouding?” Hana leeft in eerste plaats samen met geld en dan met de mensen om haar heen. Het versluiert regelmatig de daadwerkelijk belangrijke zaken in het leven. Of ze er terugkijkend op terugkomt is de vraag. Iets anders dat mij intrigeert in dit boek is hoe Hana voortdurend bezig is om zo goed mogelijk haar verantwoordelijkheid te pakken en voor haar vriendinnen en de mensen om haar heen te zorgen. Vanuit de beste intenties, vanuit haar opvoeding, omgeving en normen en waarden doet ze hard haar best zo goed mogelijk voor anderen alles te regelen en te voor anderen te zorgen. Ze doet haar uiterste best voor anderen, zet zichzelf steeds opzij en lijkt zo een toonbeeld van toewijding en altruïsme. Maar ze staat er niet bij stil wat de anderen willen en daadwerkelijk nodig hebben. Toch wringt hier iets. Door zo zorgend in het leven te staan, zonder werkelijk stil te staan bij de werkelijke behoeften van de ander, ontstaat er een subtiele scheefgroei. “Jij, die kan bepalen wiens overvloedige zweet goed zweet is en wiens overvloedige zweet slecht zweet is, op welke plek zweet je zelf eigenlijk? Dat moet vast op een prachtige plek zijn, zou je mij de volgende keer kunnen vertellen hoe ik daar kom?” Het zorgen wordt een eigen meetlat, een manier om betekenis te geven aan het eigen bestaan. Hana verandert in een werkbij, iemand die zichzelf voortdurend wegcijfert, maar tegelijkertijd in het beeld van anderen aan de rol een zekere macht en controle probeert te ontlenen. “Mijn geluk was uitgeput, ik was in de steek gelaten, alles werd de verkeerde kant op teruggedraaid, ik werd getroffen door een onvoorstelbaar onstuimig ongeluk en tuimelde naar de bodem van de hel; dit moment hier was het keerpunt voor alles wat me nog te wachten stond - die gedachte dreigde me ter plekke op de grond te doen zakken.” Niet alleen haar omgeving heeft er last van, maar Hana ervaart het zelf ook als een zware last die haar vaak het ongeluk in duwt. Dat is een van de meest intrigerende observaties in het boek voor mij: verantwoordelijkheid kan, als het tot een absolutisme wordt verheven, omslaan in achterdocht en vervreemding. Kawakami legt genadeloos bloot hoe goede intenties niet automatisch tot goede uitkomsten leiden. “Degene die betaalt is sterker dan degene die de ander laat betalen. Degene die de ander laat betalen is zwakker dan degene die betaalt. Degene die betaalt bemoeit zich met de ander en vindt dat hij daar het recht toe heeft. Degene die betaald heeft, al dan niet bewust, altijd een superioriteitsgevoel, waardoor degene die de ander laat betalen zich onbewust dienstbaar gaat opstellen en voortaan aan het gezicht van de ander probeert af te lezen hoe de vlag erbij hangt. De sterken kunnen de zwakkeren als het ze uitkomt ten alle tijde als vuil behandelen.” Stilistisch is ‘Het gele huis’ herkenbaar Kawakami: zorgvuldig, helder en toch poëtisch. Ze schrijft niet breedsprakig, maar weet met kleine observaties diepe lagen aan te boren. Haar poëtische bewoordingen en beeldende beschrijvingen zijn bijzonder mooi. “Elke zomer, zo ook die bewuste zomer, strekte de nacht zich oneindig uit, met zijn glimmende, glanzende geglazuurde appels en suikerspinnen, de rode kleur van goudvissen die in het water rondspartelden, stuiterballen in bonte kleuren, de geur van aarde, de geur van zoete sojasaus en vreugdekreten die zich vermengden met de walm die voortdurend in de lucht hing.” De kracht zit in het detail: de manier waarop een kamer wordt beschreven, een gesprek dat ogenschijnlijk over niets gaat maar ondertussen barst van de onderhuidse spanningen. Het is intiem en universeel tegelijk. Wat een heerlijk boek om te lezen. Het legt bloot dat geld en welvaart niet alleen thema’s zijn in landen met grote ongelijkheid of armoede, maar dat ze ook in rijke samenlevingen diepe sporen trekken. Misschien zelfs juist daar, omdat de schijn van genoeg soms verhult hoe afhankelijk we ons voelen van bezit, status of zekerheid. Het is een boek dat je niet alleen leest, maar ook ondergaat. Het laat zien hoe geld een stille, allesbepalende kracht kan zijn in levens, hoe zorgzaamheid kan omslaan in een gevangenis van verantwoordelijkheden, en hoe de erfenis van familie en opvoeding ons vormt. Een heel mooi portret van een Japan dat maar weinig mensen kennen en wat je vol verwondering kan lezen. “Iedereen heeft toch altijd gladde praatjes, maakt alles mooier dat ’t is? Bij het kopen van een auto, bij ’t uitlenen van geld, bij alles heb ik op ’t eind altijd hun plee bekeken. Bij jullie is-ie altijd schoon. Alle zaken leiden naar de plee.” Het gele huis van Mieko Kawakami, vertaald door Maarten Liebregts en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 2024. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Alles wordt een verhaal en zweeft uiteindelijk in dezelfde sfeer, en dan onderscheid wat gebeurd is zich nauwelijks van wat verzonnen is. Alles kan uiteindelijk verteld worden en klinkt dat hetzelfde, fictief ook als is het de waarheid. Met ‘De verliefden’ open je een boek waarin er onderzoek wordt gedaan naar een moord, filosofische bespiegelingen over leven, dood en liefde en ware liefde. Javier Marías heeft ‘De verliefden’ in 2011 gepubliceerd waarna het vertaald door Aline Glastra van Loon in 2012 op de Nederlandse markt gepubliceerd werd. Naar aanleiding van de titel verwachtte ik een liefdesroman waar ik even heerlijk bij weg kon zwijmelen, maar niets bleek minder waar. ‘De verliefden’ is een detective en roman gecombineerd in één. “Je moet niet alleen de doden laten gaan als ze blijven treuzelen of door ons worden tegengehouden, soms moet je ook de levenden loslaten.” Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van María Dolz. Zij ontbijt dagelijks in hetzelfde café waar ze iedere ochtend een gelukkig verliefd stel, Miquel en Luisa, tegenkomt. Zij vormen voor haar het toonbeeld van harmonie en liefde. Hun aanwezigheid verzacht voor María de kilte en eenzaamheid van haar eigen leven. Maar op een dag verdwijnen ze. María ontdekt dat Miguel op brute wijze is vermoord. Dan kantelt niet alleen haar blik op dit stel, maar ook haar verhouding tot het leven zelf. We volgen haar in de nasleep van deze gebeurtenis, in haar toenadering tot de weduwe Luisa en in haar verhouding met Javier Díaz-Varela, een mysterieuze vriend van Miguel. “Ik wilde zijn stem horen en zijn geest aftasten en zijn lippen in beweging blijven zien.” Verlangen en obsessie, liefde en bedrog, leven en dood; het vindt allemaal een plaats in het verhaal wat zich langzaam ontvouwt. Marías heeft een prettige en ontspannen schrijfstijl wat het boek gemakkelijk leesbaar maakt. Hij meandert langzaam richting de ontknoping. Hij schrijft niet snel om tot de plot te komen. Hierdoor ontstaat er enige voorspelbaarheid. Hij blijft cirkelen rond thema’s, alsof hij de waarheid wil benaderen maar die nooit in één rechte lijn kan bereiken. Dat kan omslachtig aanvoelen, maar als je jezelf eraan overgeeft, meander je met Marías rustig mee door het verhaal. “Ik mis hem als ik wakker word en als ik naar bed ga en als ik droom en de hele dag daartussenin, het is alsof ik hem permanent met me meedraag, alsof hij deel uitmaakt van mijn lichaam.” Marías staat bekend om zijn vermogen om filosofische vragen door de verhalen in zijn boeken te verkennen. In ‘De verliefden’ wordt bijvoorbeeld uitgebreid stilgestaan bij het idee dat de dood van anderen ons leven paradoxaal genoeg vaak vergemakkelijkt. Wanneer iemand verdwijnt, vallen obstakels soms weg, en ontstaat er ruimte voor nieuwe verhoudingen. Maar het geeft ook ruimte voor verheerlijking en instandhouding van de relatie omdat veel moeilijke knooppunten in een relatie nooit voorbij komen. Dit is een ongemakkelijke waarheid, maar Marías legt haar met een onontkoombare helderheid bloot. Daarnaast reflecteert de roman op de rol van herinnering en verbeelding. María kende Miguel en Luisa eigenlijk nauwelijks, en toch bouwde zij in gedachten een beeld op van hun relatie. Na Miguels dood blijkt dit beeld niet langer houdbaar. “Het is de verschrikkelijke kracht van het heden, dat het verleden meer verpletterd naarmate het zich er verder van verwijderd, en het bovendien vervalst zonder dat het verleden zijn mond kan opendoen, protesteren, tegenspreken of iets weerleggen.” Daarmee suggereert Marías dat ons idee van anderen altijd een constructie is, gevormd door ons eigen verlangen en perspectief. De personages in het boek zijn fijn en gedetailleerd beschreven en opgebouwd. Marías weet de vragen die bij de weduwe spelen ook bij jou te laten spelen. Je maakt onderdeel uit van haar leven, zoals ook María Dolz zich in het leven van de weduwe verdiept. “Wat we ook doen, we zijn altijd alleen maar aan het wachten: als doden met verlof, zoals iemand wel eens heeft gezegd.” Je wordt deelgenoot van het rouwproces van de weduwe die gedeeld wordt door de mensen in haar omgeving in meer of mindere mate. Wat mij verder opviel is het spel dat Marías speelt met de gedachte ‘wat als’. Dolz vraagt zich veel af en blijft filosoferen en mijmeren over wat er zou kunnen gebeuren. Deze gedachte blijkt door het boek heen steeds waarheid te worden. Waardoor niet alleen de wensen, maar ook de slechtste en meest akelige gedachten realiteit worden. Waar toch uiteindelijk ook begrip voor lijkt te zijn. “De excessen van verliefden worden aanvaard, niet allemaal natuurlijk, maar soms is het voldoende als iemand zegt dat hij erg verliefd is of was om zich verdere uitleg te besparen.” Ik merk dat bij het lezen van dit boek mijn verwachtingen niet helemaal vervuld worden. Wellicht waren ze te hoog ingezet. Ik mis de subtiele diepgang in de magie van het verhaal. Het ligt er in dit boek redelijk dik bovenop. Wel is het een lekker verhaal om te lezen en helpt de schrijfstijl van Marías bij het leesplezier. Het is een boek dat confronteert met de grote thema’s van het leven, zoals liefde en de dood. Maar ook verraad, rechtvaardigheid en zelfbedrog worden verweven in het verhaal. Marías laat zien hoe onze levens voortdurend gevormd worden door de afwezigheid van anderen, door verlies en door de ongrijpbare aard van verlangen. Voor iedereen die lekker wil verdwijnen in een verhaal is dit boek zeker een aanrader. Voor degene die subtiele en lieflijke diepgang zoekt verweven in het verhaal, kan beter eerst een ander boek pakken. Toch maken de gedetailleerde en meanderende beschrijvingen van Marías het een prettig leesbaar boek om heerlijk mee te ontspannen. “Er zijn mensen die ons aan het lachen maken ook al nemen ze zich dat niet voor, dat lukt hun vooral doordat ze ons opvrolijken met hun aanwezigheid, en dan is een kleinigheid voldoende om ons te laten lachen, we hoeven hen alleen maar te zien, in hun gezelschap te vertoeven en naar hen te luisteren, ook al zeggen ze niets bijzonders of is hun verhaal zelfs met opzet een aaneenschakeling van nonsens en gekkigheden, die we desondanks allemaal leuk vinden.” De verliefden van Javier Marías, vertaald door Aline Glastra van Loon en uitgegeven door Meulenhoff in 2012. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Liefde is geduldig, liefde is dienstbaar, liefde is niet jaloers. Ze is niet opvliegend. Ze koestert geen wrok. Ze verheugt zich niet in onrecht, maar juist in de waarheid. Ze verdraagt alles, heeft altijd vertrouwen, blijft altijd hopen, houdt altijd stand, liefde vergaat nimmer. ‘De liefde’ is een boek van François Bégaudeau wat hij in 2023 heeft gepubliceerd en dat in 2025 vertaald door Lies Lavrijsen in het Nederlands is uitgebracht. Bégaudeau laat zien hoe hij met een scherp oog en een precieze pen menselijke relaties kan ontleden. Dit boek is geen conventioneel liefdesverhaal vol dramatiek of romantische spanning, maar een klinisch nauwkeurige, soms droogkomische, soms wrange dissectie van hoe liefde ontstaat, functioneert, schuurt en slijt. Het boek schetst het realistische beeld van een relatie. Het daagt je uit om voorbij de clichés te kijken en waarbij het verhaal zich nestelt in de spanning tussen nabijheid en afstand, tederheid en irritatie, verlangen en verveling. Mijn verwachting van het boek was een meer reflectieve beschouwing op de liefde. Echter was dit een plezierige verrassing wat het boek ook geheel anders maakt dan vele andere boeken over de liefde. We maken kennis met Jeanne en haar allesverslindende verliefdheid voor Pietro die haar helaas niet ziet staan. Terwijl de realiteit van deze verloren verliefdheid zich hard aandient, begint ze een relatie met Jacques. Ze trouwen en leven vijftig jaar naast elkaar, samen in elkaars gezelschap. Bégaudeau schrijft in korte, soms staccato-achtige zinnen, die bijna essayistisch aandoen. Het lijkt alsof hij met een microscoop naar de relatie kijkt en elk detail wil noteren, zonder opsmuk of dramatische uitvergroting. Terwijl hij tegelijkertijd grote passages van het leven overslaat in het korte verhaal. Dialogen worden niet uitgesponnen, maar in fragmenten weergegeven. Dat maakt dit boekje bijzonder. Er is een afstandelijkheid in de toon, onderzoekend en bijna wetenschappelijk. En er is de herkenbaarheid van de observaties: kleine ergernissen, triviale gewoontes, het spel van aantrekken en afstoten, het zoeken naar balans tussen intimiteit en autonomie. Juist die wisselwerking zorgt ervoor dat het boek zich op een heel eigen manier laat lezen. Hoewel de toon vaak droog en observerend is, is de taal van Bégaudeau allerminst saai. Hij hanteert een subtiel ritme, waardoor de tekst bijna muzikaal wordt. Herhalingen, opsommingen en korte beweringen geven de roman een poëtische cadans. Wie houdt van meeslepende verhalen en psychologische diepgang in de klassieke zin, zal in De liefde misschien minder vinden wat hij zoekt. Maar wie zich laat meevoeren door de vorm, ontdekt een tekst die voortdurend trilt van dubbelzinnigheid en precisie. Bégaudeau presenteert liefde niet als een mysterieus gevoel, maar als een systeem van gedragingen, verwachtingen en gewoontes. Zijn personages bevinden zich in een voortdurende onderhandeling: hoe vaak zien we elkaar, wie neemt het initiatief, hoe verdelen we taken, hoe gaan we om met sleur? In plaats van de liefde te verheffen, trekt hij haar naar beneden, naar het alledaagse, naar de details die relaties werkelijk vormen. “Wat zou hij meenemen naar een onbewoond eiland? Zijn vrouw, om de was te doen. Wat zou zij nooit thuislaten als ze op vakantie gaat? Haar man, om hem te verzuipen.” Daarmee haalt hij de glans er niet per se af, maar maakt hij haar menselijk en tastbaar. Ondanks de vele mooie verhalen en beelden die zijn beschreven van de liefde, is dit boek een verademing. Het is herkenbaar, reëel en laat ook de ingewikkelde kanten van een lange relatie zien zonder opsmuk. Een liefde zoals de meeste mensen die beleven. Daarmee bevindt dit boek zich in het spanningsveld van idealen en werkelijkheid. Waar mijn beschreven verwachting van het boek al veel zegt over de idealen die ik verwacht in het boek, ontstond hier in de herkenbaarheid, de schrijfstijl en het alledaagse gezelschap een werkelijkheid dit past. Iedereen kent het verlangen naar passie, naar een allesoverheersende verbondenheid die alle moeilijkheden overstijgt. Maar de werkelijkheid is dat relaties vaak bestaan uit afspraken, praktische beslommeringen, kleine ergernissen en routinematige gebaren. En dat weet Bégaudeau je als geen ander te laten ervaren. Bégaudeau’s roman past binnen een bredere tendens in de Franse literatuur van de afgelopen decennia: een afkeer van romantische clichés en een voorkeur voor precisie, ontleding en stilistische strengheid. Het is in ieder geval een roman die het gesprek oproept: wat willen we van een boek over liefde? Troost, herkenning, spanning, analyse? Bégaudeau laat zien dat er ook een andere mogelijkheid is: liefde als onderwerp van dissectie. ‘De liefde’ van François Bégaudeau is een onconventioneel boek dat de je dwingt om de roze bril even af te zetten. Voor wie bereid is zich over te geven aan die klinische blik, biedt het boek een rijke, confronterende ervaring. Het laat zien dat liefde niet altijd groots of meeslepend hoeft te zijn, maar dat ze juist in de kleinste gebaren en routines haar ware gedaante toont. Het boek confronteert en onderzoekt. Het gaf mij ademruimte en vrijheid in de confrontatie met mijn eigen ideeën en verwachtingen. En misschien is dat wel de grootste kracht van Bégaudeau: hij schrijft niet om te troosten of te behagen, maar om ons wakker te schudden in de realiteit van ons eigen liefdesleven. De liefde van François Bégaudeau, vertaald door Lies Lavrijsen en uitgegeven door Tzara in 2025. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Ze zeggen dat de mensen gek worden van de hitte en vragen hoe het mogelijk is dat er zo laat in mei nog geen druppel regen is gevallen. Ze zeggen dat het orkaanseizoen hevig zal zijn. Dat de slechte vibraties de schuld zijn van zoveel ellende: mensen die onthoofd zijn, in stukken gehakt, begraven, mensen die in zakken verpakt opduiken in de bochten van de wegen of in haastig gegraven kuilen in de rondom de nederzettingen gelegen gebieden. ‘Orkaanseizoen’ is een meedogenloos en rauw boek geschreven door Fernanda Melchor. Het is gepubliceerd in 2017 en in het Nederlands vertaald door Bart Peperkamp in 2020. Het is een compromisloos boek waarin met woeste taal de harde wereld van een fictief dorp in Mexico wordt beschreven. In een land dat geteisterd wordt door geweld waarin oliemaatschappijen hele dorpen overnemen, beschrijft Melchor een kroniek van een moord. Het boek begint met de vondst van het lichaam van de zogenoemde heks, een travestiet die buiten de maatschappij staat, zowel gevreesd als opgezocht voor haar medicijnen en spreuken. Als zij vermoord in de rivier wordt gevonden volgt het boek in een wirwar van verhalen verschillende personages en hun perspectieven op het gebeurde en hun ervaringen met de heks, hun leven in het dorp en hun relatie onderling. We volgen vrouwen die onderdrukt worden in een gewelddadige samenleving en mannen die geen uitweg meer zien in hun hopeloosheid. Een van de meest opvallende kenmerken van ‘Orkaanseizoen’ is de schrijfstijl. Melchor schrijft in lange, ademloze zinnen die zich als een woeste rivier een weg banen door de hoofdstukken. Er zijn hoofdstukken van tientallen pagina’s die uit slechts enkele zinnen zijn opgebouwd. Dit maakt het lezen niet altijd eenvoudig, evenals de wirwar van verhalen die ontstaat rondom ogenschijnlijk losstaande personages die pas aan in het laatste hoofdstuk hun plaats weten te veroveren. Het taalgebruik is ruw, vulgair, gewelddadig en ongefilterd. Er wordt gescholden, geroddeld, gelogen en uitgehaald. Seksualiteit is nooit liefdevol, maar gewelddadig, transactioneel of vernederend. Deze taal past volledig bij de wereld die Melchor beschrijft: een wereld waarin de beschaving aan flarden ligt, waarin geweld de dominante taal is, en waarin woorden vaak wapens zijn. Ondanks dat het past bij het verhaal dat Melchor beschrijft, mis ik de beeldende en meer poëtische taal in het boek. Waar nu vooral de personages en de onderlinge verhoudingen worden beschreven in al hun geweld, blijft de omgeving en het dorp op de achtergrond, alsof dit geen rol speelt in het boek. Dit is een gemis wat de context van het boek naar mijn mening veel sterker zou maken en de hardheid onderschrijft. Elk hoofdstuk is een inkijk in het leven van een ander personage, en samen geven deze stemmen een onthutsend beeld van geweld, armoede, machismo en vooral van de uitzichtloosheid van het bestaan in dit deel van Mexico. De vrouwen in ‘Orkaanseizoen’ zijn slachtoffers van hun omgeving: ze worden misbruikt, veracht, vernederd of in het beste geval genegeerd zolang ze zich onzichtbaar houden. Tegelijkertijd maakt Melchor ook duidelijk dat de mannen in het verhaal geen echte daders met macht zijn, maar eerder pionnen in een groter, onzichtbaar systeem van geweld, armoede en culturele destructie. De mannen zijn vaak evenzeer slachtoffer van dat systeem: gefrustreerd, doelloos, opgesloten in een beperkte en verstikkende opvatting van mannelijkheid. Hierdoor ontstaat een beklemmend beeld waarin niemand werkelijk vrij is of grip heeft op zijn of haar leven. Hoewel ze nauwelijks zelf aan het woord komt, is de heks het middelpunt van het verhaal. Ze is een figuur van mysterie en contradictie: tegelijk een outcast en een spilfiguur, gehaat en begeerd, een travestiet en een legende. In de manier waarop de dorpsgemeenschap over haar praat, wordt duidelijk hoe angst, bijgeloof en misogynie haar identiteit vormgeven. De heks is geen individu meer, maar een scherm waarop anderen hun angsten en verlangens projecteren. In zekere zin is zij de belichaming van wat het betekent om vrouw te zijn in deze samenleving: tegelijk middelpunt en totaal machteloos. Melchor doet geen concessies aan het narratief verlangen naar hoop of structuur. Orkaanseizoen is een roman die weigert te behagen of gerust te stellen. Het is een boek dat je niet gemakkelijk leest en dat je zeker bij zal blijven. Door de onorthodoxe stijl, de verwarrende tijdstructuur en het rauwe taalgebruik is dit geen toegankelijke roman, maar wie zich laat meesleuren door de orkaan die Melchor oproept, wordt beloond met een indringend portret van een samenleving die op instorten staat. Orkaanseizoen is literatuur als aanklacht, als spiegel en als mokerslag – een roman die de lezer wakker schudt, ook al is er geen ontwaken uit de nachtmerrie die het beschrijft. Dus weet waar je aan begint. “We doen het vanwege die fucking geilheid, en omdat we stom zijn, omdat je gelooft dat mannen je zullen helpen, maar als het eropaan komt, is de vrouw degene die zich uit de naad moet werken om ze eruit te persen en die zich uit de naad moet werken om voor ze te zorgen en zich uit de naad moet werken om ze te onderhouden, terwijl die klootzak van een vent van je het op een zuipen zet en opduikt wanneer hij weer eens zin heeft om te neuken.” Orkaanseizoen van Fernanda Melchor, vertaald door Bart Peperkamp en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 2020. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Het is de tegenstander die men bestrijdt, maar het is de mens die men vangt. Vladimir Volkoff’s ‘Dubbelen’, gepubliceerd in 1979 in het Frans en in het Nederlands vertaald in 1980, is geen typische spionageroman. Hoewel de klassieke bouwstenen van het genre als dubbelagenten, inlichtingendiensten, een meesterspion, een verleidster en een verrader zich allemaal aandienen, gebruikt Volkoff deze elementen om voor een diepgaande reflectie in politieke sentimenten wat hij vervolgens weet te verbinden met religie. Volkoff publiceerde een honderdtal boeken en slechts een viertal boeken zijn vertaald naar het Nederlands, waaronder dus ‘Dubbelen’. Met deze roman behaalde hij een wereldsucces. In Frankrijk werden 150.000 exemplaren verkocht en in 1980 zijn vijftien vertalingen aangekondigd. In het boek neemt de verteller ons mee in zijn inlichtingenwerk. Als romancier kijkt hij terug op een periode van zijn leven waarin zijn carrière op een spannend punt stond. “Nadat ik mijn grijze regenjas aan de wilgen gehangen heb, bezwijk ik nu, tien jaar later, voor de verleiding mijn hart langs typografische weg te luchten.” Hij schetst een wereld vol tekens, wonderen, maskers en iconen die allemaal een belangrijke rol spelen in dit avontuur. Met enige lef weet hij een dubbelspel te creëren waarbij verschillende inlichtingendiensten met elkaar verbonden zijn. Heel langzaam baant de romancier zich een weg door de personages, intriges en politieke spellen die gespeeld worden om tegen het einde de puzzelstukjes op hun plek te laten vallen. Al filosoferend en denkend, al communicerend en onderzoekend vormt zich langzaam, heel langzaam het verhaal van de spionage, intriges en de personages in dit dubbelspel. Volkoff geeft de romancier de rol van schrijver die terugkijkt op zijn tijd bij de inlichtingendienst en laat de romancier de stereotyperingen van personages in een spionageroman uitvergroten. De klassieke rollen zijn aanwezig: de naïeve intellectueel, de cynische agent, de meedogenloze ambtenaar, de dubbelspeler. Maar Volkoff speelt met deze archetypen op een haast allegorische manier. Zijn personages zijn eerder ideeëndragers dan realistische figuren; ze staan symbool voor grotere morele en ideologische krachten. Hij gebruikt de personages niet voor een conventioneel spannend plot van de typische spionageroman, maar voor een diepgaande reflectie met aandacht voor politiek en religie die hand in hand door het boek heen lopen. “Ik heb mijn hart altijd graag gezien als een vuist. Maar begrijpt u goed: ik ben bereid hem te openen. Ik geloof dat ik hem al een beetje voel opengaan. Ik dacht altijd dat een vuist het sterkste was in de wereld. Maar onlangs heb ik begrepen van niet. Er is iets dat beter is.” Het boek voelt enerzijds afstandelijk. De langzame opbouw van het verhaal maakt het zeker in het begin een uitdaging om de aandacht bij het verhaal te houden. Het is soms verwarrend om te lezen met alle personages en moeilijk om het verhaal te volgen. “Door vreemdeling te worden ben je ook van jezelf vervreemd, je spreekt alleen nog maar die taal van de buitenkant, je durft niet diep adem te halen, je maakt kleine stapjes, je buigt je hoofd een beetje en telt je centen en soms voel je een steek in je hart, maar hoe langer hoe zeldzamer.” Ik vond het tijdens het lezen ook lastig om beelden te vormen bij wat ik aan het lezen was door de redelijk afstandelijke schrijfwijze. Ik voelde mij letterlijk de vreemdeling op de afdeling die even mee mag komen kijken in een uitermate complexe wereld. Toch kent het boek ook vele lange en interessante dialogen over politieke intriges en het zich staande houden in de hiërarchische en politieke organisatie. Maar ook over de gesprekken en methodieken die de romancier toepast in zijn gesprekken waar hij informatie vergaart en de meest interessante zijn de dialogen die over religie en politiek gehouden worden. Volkoff weet religie en politiek met elkaar te verweven in hun uitersten waarin ze vergelijkbaar zijn. Het enthousiasme van de romancier in zijn avonturen is intrigerend en aanstekelijk. “Als ik me zo’n ontdekking voorstelde liep er een rilling over mijn rug, een rilling van nieuwsgierigheid en van begeerte, de rilling van een minnaar of een kunstenaar bij het zien van het ondoorgrondelijke mysterie van een ander.” Halverwege het boek pakt dit mij ook meer en vormt zich het verhaal waar je op wacht. De puzzelstukjes liggen gesorteerd op hun plaats en kunnen langzaam de puzzel gaan vormen. Zoals de intriges in het boek plaatsvinden, zo is het boek ook geschreven. Toen Volkoff ‘Dubbelen’ in 1979 publiceerde, bevond de Koude Oorlog zich in een van haar laatste, maar nog steeds intens geladen fasen. De Sovjetunie zat in het staartje van de Brezjnev-periode, waarin desinformatie een geformaliseerd onderdeel was van de buitenlandse politiek. In het westen groeide de bezorgdheid over ideologische beïnvloeding, niet alleen door klassieke spionage, maar ook via de media, culturele instellingen en intellectuele kringen. In dit boek weet Volkoff deze spanningen te vatten en tot leven te brengen in zijn karakters. Met een filosofische inslag die veel verder gaat dat politiek en religie, vormt dit boek een pleidooi voor morele helderheid. Tegelijkertijd overstijgt het boek zijn tijd en is nog steeds relevant. De thematiek van informatieoorlog, ideologische beïnvloeding en de vervaging van feit en fictie is vandaag relevanter dan ooit “Zodra ik wakker word kondigen een sterke gemoedsrust, een waakzame vrolijkheid, een genieten van het leven, aangevoeld als een weldaad die de perken niet te buiten gaat, me aan dat alles wat van mij afhangt goed zal verlopen, en zelfs dat het geluk tot op zekere hoogte op mijn hand zal zijn.” Het is een diepgaand boek met vele lagen dat veel verder gaat dan de spionageroman die zich op de oppervlakte afspeelt. Dat is vanaf het begin van het boek al duidelijk. De trage opbouw van het boek vergt enige aandacht, toch maakt de zoektocht naar de waarheid en de gelaagdheid het een intrigerend boek. Geplaatst in de tijdsgeest waarin het gepubliceerd is en de relevantie van die ontwikkelingen in onze huidige tijd, maakt ‘Dubbelen’ een boek van nu. Dubbelen van Vladimir Volkoff, vertaald door C. Jongenburger en uitgegeven door Elseviers Literaire Serie in 1980. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. De tijd is wreed en kijkt niet om, maar hij heelt ook wonden. In 2020 heeft Yuta Takahashi het boek ‘Het restaurant van de herinneringen’ gepubliceerd in Japan. In 2024 bereikte het boek ook de Nederlandse boekenwinkels dankzij de vertaling van de Wereldbibliotheek. Yuta Takahashi is geboren en getogen in de Chiba prefectuur in Japan en in het boek spreekt Takahashi vanuit deze prefectuur. In dit lieve en troostrijke boek zoeken diverse nabestaanden in een restaurant naar een laatste gesprek met hun dierbaren die overleden zijn. ‘Het restaurant van de herinneringen’ is mijn eerste kennismaking met de trend ‘healing fiction’, afkomstig uit Korea en Japan. Het is een eenvoudig en ontroerend verhaal wat de lezer meeneemt naar een magische plek aan zee in de prefectuur Chiba. We bezoeken een mysterieus restaurant waar verloren herinneringen terug kunnen keren door de smaak van zorgvuldig bereide gerechten. De rustige en charismatische chef, stelt zijn gerechten samen op basis van de herinneringen en gevoelens van de gasten en maakt met liefde en aandacht de karakteristieke gerechten die de overledenen en nabestaanden met elkaar verbinden. Vanuit pijnlijke herinneringen, schuldgevoelens en rauw verlangen worden nabestaanden getrokken naar het afgelegen restaurant waar herinneringen teruggebracht worden, soms pijnlijk, maar altijd helend. Het is een eenvoudig verhaal met een zeer simpele en sobere schrijfstijl. Zo nu en dan met veel herhaling, zeker voor het kleine aantal pagina’s. Toch weet Takahashi de geuren en smaken van de unieke Japanse gerechten uit de prefectuur Chiba als geen ander tot leven te brengen en te verweven in het leven van de personages. De prefectuur Chiba staat in Japan bekend om de moderne ontwikkelingen die de prefectuur heeft ondergaan met de komst van Disney Land, een van de grootste luchthavens van Japan en een zich ontwikkelende industrie. Toch kent Chiba ook altijd nog een traditionele kant, bijvoorbeeld in de landbouw die bekend staat om de pinda’s, de vele mooie tempels in de prefectuur en de fantastische kust en natuur. Wat Takahashi heel mooi heeft gedaan in dit korte boek is al deze elementen van de prefectuur Chiba in het verhaal te verweven met een aantal traditionele gerechten als extraatje. Het boek is daarmee een mooie kennismaking met dit deel van Japan. Het boek volgt meerdere personages, elk met hun eigen verhaal en gevoel. Een jonge vrouw die worstelt met het verlies van haar moeder, een oudere man die spijt heeft van fouten uit het verleden en een jongen die zijn plaats in de wereld zoekt. In plaats van grootse gebeurtenissen of spectaculaire wendingen, concentreert Takahashi zich op de innerlijke reis van deze mensen. Hun verhalen worden ontrafeld in hun gedachten en door de maaltijden die ze nuttigen. Healing fiction zijn romans die in het teken staan van alledaagse obstakels die door oprechte aandacht en verbinding kunnen worden overwonnen. Healing fiction richt zich op verhalen die troost bieden, hoop uitstralen en vaak gaan over herstel na emotionele pijn. In een wereld die steeds sneller en soms harder lijkt te worden, verlangen lezers naar boeken die rust brengen. Takahashi’s boek beantwoordt dat verlangen. Hij kiest voor introspectie, zachte reflectie en eenvoudige menselijke verbindingen. “Mensen kunnen nu eenmaal glimlachen, zelfs als ze verdrietig zijn. Ons vermogen om naar iemand te glimlachen, maakt ons tot mens.” Dat maakt het boek bijzonder geschikt voor lezers die op zoek zijn naar een verhaal dat niet overweldigt, maar juist uitnodigt tot ademhalen, voelen en verwerken. Het is een trend die snel aan populariteit wint en waar veel boeken mee verkocht worden. Uiteindelijk denk ik dat veel boeken eigenlijk troostend en helend kunnen zijn. Het verschil met dit boek is wel dat het er hier dik bovenop ligt en dat zorgt er ook voor dat het boek regelmatig aan kwaliteit inlevert. Healing fiction is de nieuwe bestseller trend en ik denk dat het een ontzettend goed werkende marketing truc is. ‘Het restaurant van de herinneringen’ is een hartverwarmende en lieve bestseller over de kracht van herinneringen. Het is een boek vol troost dat we onze gedachtes veelal zwaarder maken dat ze hoeven te zijn en zo is het ook overduidelijk de zogenoemde healing fiction. Ondanks dat is het een simpel en snel te lezen boek. Ik mis de diepgang en de kracht van de magie en verbeelding die van de pagina’s spat bij veel andere Japanse schrijvers. Het boek raakt op een licht verteerbare wijze met minimale diepgang de zwaardere thema’s in het leven zoals verlies, rouw, vergeving en zelfacceptatie. “Alles gaat voorbij. Loslaten is onvermijdelijk. Hoeveel je ook aan een ander denkt, het afscheid komt onverbiddelijk.” Wie op zoek is naar een verhaal dat niet overweldigt, maar omhult; dat niet dwingt, maar uitnodigt — zal zich thuis voelen in het zachte licht van Takahashi’s restaurant. Een boek om langzaam te lezen, met aandacht, zoals een goede maaltijd, en om lang in je hart te bewaren. Kortom, een gemakkelijk leesbaar en vooral troostrijk boek voor een druilerige middag waarin je kennis wilt maken met healing fiction. “Alleen al door naast hem te lopen, voelde ze zich veilig. Als het aan haar lag, liep ze samen met hem naar het einde van de wereld.” Het restaurant van de herinneringen van Yuta Takahashi, vertaald door Nuanxed en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 2024. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Je bent een en al aanvang, maar van mijn einde ben jij het lichtende begin. De Argentijns-Spaanse schrijver Andrés Neuman heeft met ‘Hechten’ een novelle geschreven als een ode aan het beginnende vaderschap. In 2022 is het gepubliceerd om vervolgens vertaald door Pieter Lamberts in 2023 uitgegeven te worden door Spectrum in Nederland. Het is een intiem portret van het prille vaderschap wat Neuman in korte poëtische fragmenten onderzoekt. “Wanneer ik naar je kijk, is het net of ik mezelf begrijp. De wonderen lagen voor het grijpen. De grootste geheimen waren beschikbaar.” Soms weet ik niet welk boek ik als volgende wil lezen, te veel keuze en heel veel twijfel. Voor deze twijfelmomenten liggen er in mijn kast een aantal cadeautjes, boeken die ingepakt zijn en waarvan ik niet meer weet welke erin zit. Zo ook het boek ‘Hechten’ van Andrés Neuman. Toen ik dit boek uitpakt en onderzocht wat er op de achterkant stond was ik niet direct enthousiast. Soms pak je een boek dat helemaal bij je past op dat moment en soms pak je een boek dat confronteert. Op deze zondagavond viel dit boek in die tweede categorie. Het boek heeft mij echter verrast. Er wordt veel geschreven over het moederschap, de magie van het moederschap, de lasten en liefde, de verbinding tussen moeders en dochters. Het vaderschap, zeker het prille vaderschap, wordt echter weinig belicht in de literatuur. Vaderschapsportretten in de literatuur tonen daarnaast vaak een afstandelijke figuur, die pas later in het leven van het kind een grotere rol speelt. “Wat fijn, mijn jongen, dat we tegelijk beginnen te zijn wat we zullen zijn.” Daar komt met deze novelle van Andrés Neuman verandering in. Hij plaatst zijn reflecties in een bredere literaire traditie die zich steeds vaker richt op het vaderschap, niet als bijrol, maar als existentiële hoofdkwestie. In deze nieuwe stroming wordt vaderschap niet alleen onderzocht vanuit plicht en afstand, maar juist vanuit liefde, angst, ontregeling en diepe verbondenheid. Neuman heeft gedurende de zwangerschap en eerste maanden van zijn pasgeboren zoon een intiem portret weten te schetsen van het vaderschap. “Ik was zo bang voor jouw komst, jongen, dat ik dan mezelf weer zou tegenkomen. Ik hoop dat jij me leert huilen om de dingen waar ik niet om gehuild heb.” Neuman biedt een mozaïek van scènes, gedachten, dialogen en observaties. Dit fragmentarische karakter sluit perfect aan bij de chaotische, ontregelende ervaring van de eerste maanden na een geboorte. Niet alleen beschrijft Neuman de fysieke nabijheid tussen vader en kind, maar ook de psychologische transformatie die hij doormaakt als jonge vader. Soms vol ontzag en soms vol angst beschrijft hij de verandering bij hemzelf terwijl hij getuige is van het ontstaan van een nieuw persoon, zijn eigen zoon. Zoals de titel al weggeeft staat hechten centraal als thematiek in het boek en dan hechten vanuit het proces waarbij ouder en kind zich emotioneel verbinden, maar ook de paradox van loslaten die vanaf het eerste moment sluimert. “Eerst zal je zijn wie wij zeggen dat je bent en je zal ons bij elk gebrabbel tegenspreken.” Elk moment bevestigt en verdiept die band, maar draagt ook het zaad van toekomstige zelfstandigheid. Wat hechten voor mij een bijzonder boek maakt is de intimiteit, de kwetsbaarheid en de openheid die Neuman hier deelt in een poëtisch en fragmentarisch verhaal. Zeker vanuit de mannelijkheid zoals we die in veel boeken gewend zijn te lezen, draagt Neuman bij aan het herschrijven van de mannelijke identiteit in literatuur. In plaats van de traditionele beelden van de stoere, afstandelijke vader, toont Neuman een vader die emotioneel open, fysiek aanwezig en diep betrokken is. “De onbeweeglijkheid van de dingen waarnaar ik verlang maakt me aan het huilen.” Neuman maakt ruimte voor tederheid en breekbaarheid zonder dat zijn mannelijkheid ter discussie staat. Een subtiele, maar krachtige verschuiving die diep doorklinkt en een absolute noodzaak in de moderne literatuur. ‘Hechten’ is een zeldzaam boek: intiem, teder en kwetsbaar, filosofisch en vernieuwend in zijn blik op vaderschap. Andrés Neuman heeft een werk geschreven dat niet alleen zijn persoonlijke ervaring vastlegt, maar ook bijdraagt aan een belangrijk literair gesprek over vaderschap, hechting en identiteit. Voor iedereen die geïnteresseerd is in hoe de literatuur zich ontwikkelt rond de thema’s vaderschap en mannelijkheid, is ‘Hechten’ verplichte kost. Maar ook voor lezers die simpelweg geraakt willen worden door de pure, rauwe ervaring van een leven dat verandert, biedt dit boek een diepe en blijvende indruk. “En ik voel dat er iets te gebeuren staat.” Hechten van Andrés Neuman, vertaald door Pieter Lamberts en uitgegeven door Spectrum in 2023. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Ik bleef me vastklampen omdat ik niet kon loslaten. Nu laat ik los omdat ik me niet meer kan vastklampen. ‘Ex-vrouw’ is een klassieker in de literatuur over vrouwen en veroorzaakte toen het boek in 1929 uitkwam een kleine sensatie. Als een steen in de vijver. Onder het pseudoniem Ursula Parrott gaf de schrijfster een stem aan een vrouwelijke ervaring die tot dan toe amper verwoord was: die van de moderne vrouw na het huwelijk. En ook nu, bijna een eeuw later, blijft het boek opmerkelijk fris, intelligent en pijnlijk herkenbaar. Patricia, een jonge vrouw in New York, bevindt zich in een ruimdenkend en moeizaam huwelijk. Haar man pleegt regelmatig overspel en zij kijkt de andere kant op. Totdat ook zij op een moment een buitenechtelijk avontuur beleeft. Dan blijkt het huwelijk niet zo ruimdenkend te zijn en besluiten Peter en Patricia te scheiden. “Het huwelijk is als een oorlog, een ervaring die geen avontuurlijk man uit de weg gaat, maar geen verstandig man herhaalt.” We volgen Patricia het grootste gedeelte van het boek als ex-vrouw in een leven vol glamour in New York in de Jazz Age. Ze kleedt zich zorgvuldig, heeft een goede baan, stapt nachten door met haar vriendinnen en ontmoet nieuwe vrienden. Terwijl ze zich een weg baant door feestjes, affaires, werk en reflecties op haar verleden, wordt langzaam duidelijk hoezeer haar identiteit vervlochten is geraakt met die van haar voormalige echtgenoot. “Een ex-vrouw is een vrouw met een verdraaide nek van het achterom kijken naar haar huwelijk.” Ze is niet alleen iemand die ‘ex-vrouw’ is, ze is in de ogen van velen zijn ex-vrouw en haar bestaansrecht en betekenis lijken voort te komen uit haar relatie met hem. Parrotts stijl is soepel, modern en helder. Ondanks dat het boek bijna honderd jaar oud is, leest het plezierig en eigentijds. De dialogen zijn levendig, de beschrijvingen helder en beeldend en ook de gedachten en beleefwereld van Patricia zijn fijn om te lezen. Parrott schrijft met humor en flair waardoor het een amusant en vermakelijk boek is om te lezen. “Elke ochtend doe ik gymnastiekoefeningen; en als er niets dringends tussenkomt, wijd ik elke avond tien minuten aan de nagedachtenis van een atletische jeugd.” Het maakt het gemakkelijk om je in te leven in de hoofdpersoon en neemt je mee door het leven in New York. De karakters zijn zorgvuldig opgebouwd in het boek, ook Peter. Hij is charmant, getalenteerd, maar ook gemakzuchtig en emotioneel onvolwassen. “We waren allebei te jong, we waren allebei verwend. Het doet er niet meer toe. Al wat resteert van ons vermogen om elkaar in vuur en vlam te zetten, is een wonderbaarlijk talent om elkaar te doen huiveren.” Patricia houdt van hem, maar beseft dat ze bij hem altijd tekort zal schieten. Patricia is een karakter wat fenomenaal opgebouwd wordt in het boek door ons mee te nemen in haar twijfels, haar gedachten en gedrag. “Als ik aan gymnastiek doe, voel ik me een warm, levend dier dat in een weide rollebolt. Met drank vergeet je ook alles om je heen, maar dat voelt als een vrij door de ruimte bewegende geest, niet als een warm lichaam in een weide.” Ze maakt zich bijvoorbeeld druk om de oppervlakkigheid van de cocktailfeestjes waar ze zich op stort, maar blijft ze toch bezoeken. Ze vindt het gebrek aan authenticiteit in haar omgeving niet fijn, maar speelt het spel even hard mee. Dit maakt haar sympathiek, maar ook tragisch: ze is zich bewust van haar gevangenschap, maar weet niet goed hoe eruit te breken. Evenmin schildert Parrott het leven na de scheiding als een triomfantelijke overwinning. Er is vrijheid, ja, maar ook vervreemding, economische onzekerheid en eenzaamheid. Patricia moet zichzelf opnieuw uitvinden, zonder duidelijke handleiding en langzaam vooruitstruikelend heelt ze delen van haarzelf. “We zijn vrij. Laat me niet lachen! Vrij om onze eigen huur te betalen, vrij om voor onze eigen kleren te betalen en vrij om ons eigenaardigheden te laten welgevallen van drie tot acht mannen die op zakelijk vlak gezag over ons hebben, in plaats van dat we maar een echtgenoot tevreden hoeven te stellen.” Het boek laat zien dat een relatie en een scheiding een proces vol tegenstrijdigheden is waarin persoonlijke groei hand in hand gaat met verlies en verwarring. Ik merk dat het mij irriteert in het boek met hoeveel gemak er wordt gekeken naar het vreemdgaan van de man. Terwijl als de vrouw ontrouw is, al is het maar één keer, de hele wereld op de kop wordt gezet en de vrouw in een volkomen ander perspectief wordt geplaatst en zelfs verafschuwd wordt. En daarmee raakt dit boek precies de snaar waar het zo bekend mee geworden is, namelijk de rol van de vrouw in een relatie. Ook het identificeren met de relatie en daar weer los van kunnen komen als ex-vrouw loopt als rode draad door het boek. Een zin die dat prachtig illustreert is: “de zondagse namiddagzon bescheen Peeters ex-vrouw, die met ferme pas uptown liep, door de drommen vermakelijke mensen die van copieuze maaltijden kwamen.” Het is een kort fragment, bijna terloops, maar het raakt een fundamentele thematiek in dit boek. Zelfs als ze alleen loopt, denkt ze aan zichzelf als een afgeleide van hem. Ze is niet de hoofdpersoon van haar eigen leven, maar een schim in het decor van de zijne. Dit blijft toch iets wat denk ik herkenbaar is voor veel vrouwen en ook in veel boeken terug blijft komen. Het doet mij denken aan het boek ‘Een eigen gezicht’ van Benoît Groult en ‘Neerslag van een huwelijk’ van Mensje van Keulen. Alle drie beschrijven vrouwen die zich bewust worden van de manier waarop hun leven gedefinieerd wordt door hun man en relaties en hoe moeilijk het is om die greep los te maken, zelfs als je gescheiden bent. “Toch zal ik blijven hopen, zolang ik jong ben, zolang ik leef, dat ik in een verre stad mijn grote liefde zal hervinden.” In alle drie de gevallen had ik als lezer een vergelijkbaar gevoel: bewondering voor de manier waarop deze gedachten en het gedrag beeldend vertaalt wordt, maar ook een zekere weemoed, omdat de bevrijding altijd gepaard gaat met verlies en eenzaamheid. Het is een tijdloze thematiek. ‘Ex-vrouw’ is een roman die je niet alleen leest, maar ook voelt. Het is een boek dat je aan het denken zet over rollen, verwachtingen, vrijheid en liefde. “Ik denk niet langer over mezelf als Ik, een verschrikkelijk belangrijk persoon. Ik denk dat ik een interessant voorbeeld ben van een ongebonden, wereldse vrouw. Slachtoffer van de nieuwe vrijheid, die me ongevraagd in de schoot is geworpen.” Over hoe makkelijk het is om je identiteit te laten bepalen door een ander en hoe moeilijk het is om die terug te claimen. Maar ook over hoe je, ondanks alles, jezelf kunt blijven vinden in de fragmenten van wat ooit was. Een absolute aanrader voor wie houdt van intelligente, ironische literatuur met een feministisch bewustzijn. Het is een kenmerkend boek in de vrouwelijke literatuur en onmisbaar voor iedereen die zich daarin wil verdiepen. “Voeg bij dat vonnis een compleet assortiment jeugdige illusies, een gelukzalig vertrouwen, een komisch gebrek aan gezond verstand en een onschuldige gezichtsuitdrukking, ja, dan zal het zijn alsof ik nooit getrouwd ben geweest.” Ex-vrouw van Ursula Parrott, vertaald door Lisette Graswinckel en uitgegeven door Atlas Contact in 2024. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. |
Wie ben ikMijn naam is Anne Kleefstra. Ik lees al mijn hele leven graag. Vele vakanties en vrije uurtjes heb ik met mijn neus in de boeken doorgebracht. En ik vind het heerlijk! Categorieën
Alles
Archieven
December 2025
|










RSS-feed