DE LETTERFRETTER
  • Home
  • De schrijvers
  • Over de Letterfretter

"Schoonheid is de eeuwigheid, die naar zichzelf staart in de spiegel. Maar jullie zijn de eeuwigheid en jullie zijn de spiegel"

De dagboeken 1950-1962

9/7/2026

0 Opmerkingen

 
Afbeelding

​Dit boek staat vol met goede voornemens die uitlopen op ineenstorting en wanhoop.

Afbeelding
Het lezen van ‘De dagboeken 1950-1962’ van Sylvia Plath is als een langdurig verblijf in haar hoofd: intens, rusteloos, briljant en soms pijnlijk dichtbij. Het is echter een dergelijke afspiegeling van een leven in ontwikkeling wat een onnatuurlijk einde nadert, dat het toch sneller en gemakkelijker leest dan ik verwacht had. ‘De dagboeken 1950-1962’ zijn gepubliceerd door de Arbeiderspers in de serie Privé domein in 2005 met de keuze en vertaling van Nelleke van Maaren. In 2000 zijn de dagboeken vrijgegeven. 
Wat deze dagboeken zo bijzonder maakt, is niet alleen dat ze een inkijk geven in het leven van een jonge vrouw die later zou uitgroeien tot een van de belangrijkste stemmen van de twintigste-eeuwse literatuur, maar vooral hoe naadloos haar dagelijks bestaan en haar schrijverschap in elkaar grijpen.

“Wat heb ik veel van het leven leren kennen: liefde, de illusie, waanzin, haat, moorddadige passies.”

Vanaf het voorwoord wordt duidelijk dat deze dagboeken gelezen moeten worden als meer dan biografisch document. Ze tonen Plath in haar meest alledaagse, kwetsbare en tegelijkertijd compromisloze vorm. Van haar jonge jaren in 1950 toen ze 17 was tot vlak aan haar dood in 1962 toen ze 30 was volg je Plath in dit boek. Ze is jong maar haar intellectuele honger en zelfkritiek zijn die van een doorgewinterde schrijver. Ze neemt zichzelf en haar ambities uiterst serieus, soms tot het genadeloze af. “Maar god, ik wil alleen maar met iedereen kunnen praten, zo diepgaand mogelijk. Ik wil in het open veld kunnen slapen, naar het westen trekken, ’s nachts rustig op straat lopen…” Falen is voor haar nooit vrijblijvend; het raakt direct aan haar bestaansrecht. Tegelijkertijd is er een ontembare drang om groots te leven, groots te schrijven, groots lief te hebben.

“Er zijn momenten dat ik word overvallen door een gevoel van verwachting, alsof er iets vlak onder het oppervlak van mijn denken ligt te wachten totdat ik het oppak. Het is hetzelfde hunkerende gevoel als wanneer een naam je bijna te binnen schiet, maar je hem niet te pakken kunt krijgen.”

Die correlatie tussen het leven en het schrijven vormt de ruggengraat van deze dagboeken. Alles wat Plath ervaart, lijkt onmiddellijk te worden getoetst aan taal. “Maar als ik wil uitdrukken wat ik ben, moet ik een maatstaf voor het leven hebben, een uitgangspunt, een methode - om een zekere tijdelijke ordening in mijn erbarmelijke kleine persoonlijke chaosje te brengen.” Ze leeft niet alleen; ze observeert zichzelf terwijl ze leeft. Dat maakt haar dagboeken soms vermoeiend intens, maar juist ook uitzonderlijk rijk. 
Het geeft tegelijkertijd een ongekend inzicht in de intensiteit van haar schrijverschap en haar toewijding aan taal. Zo onderzoekt ze in haar dagboek hoe een ogenschijnlijk mooi geschreven zin tot in de kleinste details ontleed wordt en herschreven, keer op keer, totdat elk woord exact het juiste gewicht heeft en precies dat uitdrukt wat voor haar belangrijk is. “De wind heeft een warme, gele maan boven de zee geblazen; een knol van een maan die in de aardachtige indigohemel is opgekomen en heldere, twinkelende bloemblaadjes van licht over het huiverende zwarte water strooit.” Het is een fascinerend moment, omdat het laat zien hoe weinig romantisch haar schrijverschap eigenlijk is ondanks de prachtige bewoordingen die eruit komen en toch het romantische idee oproepen. Inspiratie is bij Plath geen mystiek toeval, maar een meedogenloos, fijnmazig proces van denken, schrappen, herformuleren en opnieuw beginnen. Elk detail moet kloppen, elke nuance moet resoneren.

“Een tijdlang werd ik in slaap gesust in de armen van blind optimisme met borsten vol champagne en tepels van kaviaar. Ik dacht dat dat het ware was en dat het ware het schone was.”

We leren haar jong kennen, in haar tienerjaren. Ze zoekt naar liefde, geluk, succes en probeert zich door haar innerlijke strijd en leven heen te slaan. En vanaf het begin is ze scherp, analytisch en weldoordacht. Zo schrijft over de man die ze in de toekomst naast zich ziet. Het is geen romantisch dromerig lijstje, maar een bijna contractuele analyse van wat zij verlangt en wat zij bereid is daarvoor op te geven. Ze stelt voorwaarden, maar onderzoekt net zo scherp wat die voorwaarden van háár vragen. Welke delen van zichzelf moet ze temperen, openen of juist loslaten om ruimte te maken voor een partner. Het is een confronterende, eerlijke en verrassend moderne reflectie op liefde en autonomie. Plath weigert de rol van de zichzelf wegcijferende vrouw, maar erkent tegelijkertijd dat intimiteit altijd een vorm van risico en zelfverlies inhoudt. “Wat ik wilde was iemand wiens innerlijk me ook naakt in de Sahara volkomen gelukkig zou maken: naar lichaam en ziel sterk en liefdevol. Eenvoudig en taai.” Toch eenmaal haar ware liefde gevonden is haar lyriek doorspekt van dromerige romantiek. 

“Hij kalmeert de oceaan van mijn leven, overstroomt hem met de diepe, rijke kleuren van zijn geest en zijn liefde en de voortdurende verbijstering over hoe volmaakt hij is: alsof ik eindelijk uit het dood tij een god had opgeroepen die met zijn glanzende speer verschijnt, met schelpen en vreemde vissen in zijn kielzog, en de wereld achter zich aantrekt: voor mijn aardegodin, hij de zon, de zee, de zwarte complementaire kracht: yang tot yin.”

En het leuke is dat haar twijfel zowel in de diepgaande analyses, de zoektochten die ze heeft aan het einde van haar leven, de tegenslagen en hoogtepunten terugkomt, maar ook in de kleine dingen van het leven, de ogenschijnlijke futiliteiten. Bijvoorbeeld de obsessie met haar haar. Ze heeft een vaag, haast ongrijpbaar beeld van hoe ze eruit zou willen zien, maar weet dat nooit precies te formuleren. Het gevolg: kappersafspraken die uit angst worden afgezegd of eindigen in teleurstelling en emotionele ontreddering. Het is een voorbeeld dat bijna pijnlijk treffend laat zien hoe haar innerlijke wereld werkt. “Waarom kan ik niet verschillende levens proberen, zoals jurken, om te kijken welke het beste past en het best staat?” Het verlangen is groot, de voorstelling intens, maar de werkelijkheid kan dat ideaal nooit volledig dragen.

Wat deze dagboeken misschien wel het meest indrukwekkend maakt, is het besef hoe uitzonderlijk intelligent Plath was. Nog voor haar dertigste beweegt ze zich moeiteloos door een web van mythologie, literatuur, etymologie en filosofie. Ze legt verbanden tussen woorden en betekenissen, tussen klassieke mythen en persoonlijke ervaringen, en smeedt die vervolgens om tot poëzie en proza. Haar denken is complex, gelaagd en razendsnel. “Schrijven maakt me tot een kleine god: in kleine, overzichtelijke woordpatronen herschep ik de steeds stromende, beukende wereld.” Soms lees ik een passage en vraag ik me af hoe iemand zó jong al zo diepgravend kan reflecteren op identiteit, taal en kunst. Ik ben tijdens het lezen in ieder geval ontzettend onder de indruk. 

Toch zijn deze dagboeken geen aaneenschakeling van briljante ingevingen. Juist de momenten van twijfel, frustratie en zelfhaat maken het boek menselijk en aangrijpend. Plath is meedogenloos eerlijk over haar angsten, haar jaloezie, haar woede en haar onzekerheden. Ze vergelijkt zichzelf voortdurend met anderen, vreest middelmatigheid en voelt zich opgesloten tussen maatschappelijke verwachtingen en haar eigen torenhoge ambities. “Ik moet de kloof tussen jeugdige glitter en rijpe glans overbruggen.” Het is een last die zwaar op haar drukt en met het verlies van haar liefde uiteindelijk haar te zwaar wordt. 

“Het misverstand van ons bestaan: het idee dat we eeuwig en altijd gelukkig kunnen zijn met een gegeven situatie of een reeks prestaties.”

Binnen de Privé domein-reeks krijgen deze dagboeken extra betekenis. Ze passen perfect in een traditie van schrijvers die zichzelf niet sparen en hun innerlijk leven zonder filter blootleggen. Maar Plath onderscheidt zich door de intensiteit waarmee ze taal inzet als overlevingsmechanisme. Schrijven is voor haar geen reflectie achteraf; het is een manier om grip te krijgen op een werkelijkheid die anders dreigt te ontsporen.

“Daar zit ik dan, een bundel toekomstdromen en herinneringen aan het verleden, vervat in een redelijk aantrekkelijke hoeveelheid vlees. Ik herinner me wat dat vlees heeft meegemaakt; ik droom van wat het misschien zal meemaken.”

Het is absoluut niet altijd een eenvoudig en comfortabel boek om te lezen. Het vraagt aandacht, concentratie en emotionele bereidheid van de lezer. De worsteling van Plath komt nadrukkelijk naar voren in het boek. Gelukkig zet ze daar zelf ook de mooie dingen van het leven heel beeldend en gevoelig tegenover. 
Wanneer je je overgeeft aan dit boek, word je beloond met een ongekend intiem portret van een jonge vrouw die haar leven en haar kunst met elkaar verstrengelt tot ze niet meer van elkaar te scheiden zijn. Dit boek laat zien dat haar latere werk geen plotselinge eruptie van genialiteit was, maar het resultaat van jarenlange toewijding, zelfonderzoek en taalkundige precisie. Het maakt mij ontzettend nieuwsgierig naar meer van Sylvia Plath!

“Op een dag zal misschien plotseling de openbaring mij ten deel vallen en zal ik de andere kant van deze enorme groteske grap zien. En dan zal ik lachen. Dan zal ik weten wat het leven is.” 

De dagboeken 1950-1962 van Sylvia Plath, vertaald door Nelleke van Maaren en uitgegeven door De Arbeiderspers in 2005. 

Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. 

0 Opmerkingen

Naar de vuurtoren

10/4/2026

0 Opmerkingen

 
Afbeelding

Ze prikte een kuiltje in het zand en veegde het dicht, als om de volmaaktheid van het ogenblik erin te begraven. Het was als een druppel zilver waarin je het donker van het verleden doopte en belichtte.

Picture
In de wereldliteratuur kunnen we niet om dit boek heen. ‘Naar de vuurtoren’ is een absoluut meesterwerk geheel vertaald in de kenmerkende stijl van Virginia Woolf. De in 2022 uitgebrachte vertaling van Barbara de Lange is gebaseerd op de in 1927 gepubliceerde Engelse editie van de Hogarth Press, de uitgeverij van Leonard en Virginia Woolf. Het lijkt een eenvoudige familieroman, toch weet Woolf aan de hand van de kleinste details tijd, verlies, herinnering en de ongrijpbare samenhang tussen mensen te zijn te onderzoeken. In plaats van gebeurtenissen schrijft ze over de momenten van bewustzijn, flarden van gedachten, kleine observaties die samen een geheel vormen dat groter is dan de som der delen.

Centraal staat de familie Ramsay: mevrouw Ramsay, haar man en hun acht kinderen. Rond hen cirkelt een bonte verzameling gasten, kunstenaars, filosofen en vrienden. In het eerste deel val je als lezer midden in het gesprek tussen mevrouw Ramsay en haar zoon James waarin ze hem beloofd morgen naar de vuurtoren te gaan als het mooi weer is. Waarna meneer Ramsay de hoop van de kleine James in een zin wegvaagt door te zeggen dat het morgen niet kan omdat het niet mooi weer wordt. Hier schetst Woolf direct de spanning in relaties die terug blijft komen in het boek en die de kleine en grote gebeurtenissen overstemt. 

“Met die lofprijzingen op het licht prees ze zichzelf, zonder ijdelheid, want ze was streng, ze was onderzoekend, ze was net zo mooi als dat licht.”

Het boek heeft de kenmerkende stijl van Woolf, lange zinnen die eindeloos meanderen tot een klein verhaal op zich. Ze schrijft de kleinste details op, dat wat opvalt in de kleinste dagelijkse activiteiten, zoals de gebreide sok, de tuin of de fruitschaal die op tafel staat. De kleuren, de vormen, de manier waarop het licht erover valt, hoe elk stuk fruit bijna een eigen aanwezigheid krijgt beschrijft ze met finesse. Diezelfde kracht ligt in haar beschrijvingen van het gezinsleven: de gesprekken aan tafel, de stille irritaties, de momenten van genegenheid. Ze zijn herkenbaar en intiem, maar nooit sentimenteel. De ups-and-downs van een huwelijk, de spanningen tussen ouders en kinderen, de onuitgesproken verlangens en verwachtingen, ze worden niet uitgelegd, maar ervaren.
De grote gebeurtenissen in het gezin, zoals het sterven van broer Andrew, worden slechts tussen de regels kort genoemd. Dit is ook een toonbeeld van de dynamiek in het gezin waarin veel onbesproken blijft. Het is een meditatieve vorm van lezen die dit boek krachtig maken, met een vernauwde focus. Tussen de meanderende zinnen wordt de aandacht steeds verlegt van het ene personage naar het andere. Zo dein je als lezer mee op de golven van het gezin.

“Hoewel ze doorging met breien en rechtop bleef zitten, voelde ze zich zo; en dat zelf, dat al zijn banden had afgeschud, kreeg nu de vrijheid voor de vreemdste avonturen.”

Het is een ode aan de verbindende kracht van de vrouw in het gezin en haar eindeloze stroom aan gedachten waarvan de meeste onuitgesproken blijven. “Vanzelfsprekend kwamen ze, omdat ze een vrouw was, de hele dag met dit en met dat naar haar toe; de een wilde dit, de ander dat; de kinderen werden groot; ze had geregeld het gevoel dat ze niets anders was dan een met menselijke emoties volgezogen spons.” Al breiend observeert mevrouw Ramsay het gezin waarin ze haar gedachten laat lopen en slechts iets uitspreekt als het de dynamiek, rust en vrede in het gezin helpt. 
Wanneer het boek halverwege van toon verandert, en mevrouw Ramsay is gestorven, blijft haar aanwezigheid voelbaar in elke zin. Haar geest waart door het huis, leeft voort op het stoepje, in de kamers, in de herinneringen van haar kinderen en vrienden. Ze is een stille kracht die de wereld bij elkaar hield, en zelfs in haar afwezigheid bepaalt ze het ritme van het leven daar.
Vriendin van de familie Lily observeert het allemaal en met een stille berusting probeert ze het geheel te vatten op haar schildersdoek. Kritisch kijkt ze naar de relatie tussen meneer en mevrouw Ramsay. “Precies in die vluchtige beweging tussen beeld en doek vielen de duivels aan die haar vaak haast in tranen brachten en die de weg van idee naar werk net zo eng maakten als de weg van een kind door een donkere gang.” Aan het eind als de familie de vuurtoren eenmaal heeft bereikt en Lily vanuit de tuin staat te kijken voelt ze dezelfde gunfactor die mevrouw Ramsay altijd aan haar man toonde. Eindelijk weet ze het schilderij af te maken met de geest van mevrouw Ramsay vervat in het doek.

Het huis zelf fungeert als een personage. In het eerste deel gonst het van leven: stemmen, ruzies, spelende kinderen, het ritme van het gezinsleven. In het tweede deel, dat zich jaren later afspeelt, is het huis verlaten, vergaan, in verval. De wind jaagt door de kamers, spinnen hebben hun webben gespannen, en de stilte is bijna tastbaar.
Woolf gebruikt het huis als metafoor voor de familie en voor de menselijke geest. Het rammelt en is in verweer, maar het staat ook voor de illusie van continuïteit. Wanneer het later wordt opgeknapt, met de pretentie weer als vroeger te zijn, weet de lezer dat dat niet kan. De tijd heeft zijn werk gedaan. Alles lijkt hetzelfde, maar niets is meer wat het was.

“Zonder blad om mee te wuiven lag de lente, naakt stralend als een maagd, verschrikkelijk in haar kuisheid en minachtend in zuiverheid, uitgestrekt over de velden, onschuldig en waakzaam en onbekommerd om wat de toeschouwers deden of dachten.”

De ware motor van het boek is de stroom van gedachten, gevoelens en herinneringen die door de personages heen beweegt. Wat ‘Naar de vuurtoren’ zo bijzonder maakt, is de toon. “Al dat zijn en dat doen, dat uitbundige, schitterende, luidruchtige, vervloog; en met een plechtig gevoel verschrompelde je tot je eigen zijn, een wigvormige donkere kern, onzichtbaar voor anderen.” Er hangt een zachte melancholie over het geheel, een triestheid die niet zwaar is maar juist teder. Zoals jij ook beschreef: aan het eind blijft er een gevoel van verdriet, van iets dat voorbij is, maar tegelijk ook van schoonheid. 

“Het was alsof het water wegstroomde en gedachten vaart gaf die op het vasteland stagneerden, alsof het hun lichaam zelfs een zekere fysieke verlichting verleende. Eerst werd de baai door een kleurenvloed met blauw overspoeld, en tegelijk daarmee verruimde het hart en zwom het lichaam, om even later te worden geremd en verkild door het prikkende zwart op de woelige golven.”

Centraal staat natuurlijk de vuurtoren uit de titel. De vuurtoren zelf is een krachtig symbool dat door het hele boek heen schijnt. Hij staat voor iets dat voortdurend aanwezig is maar nooit echt bereikt lijkt te worden. In het begin is de tocht ernaartoe een kinderlijke wens, een belofte die telkens wordt uitgesteld. Tegen het einde, wanneer de boot eindelijk vertrekt, is het bereiken van de vuurtoren beladen met verlies, met herinnering, met het besef van tijd. Het is wonderlijk hoe deze ogenschijnlijke futiliteit, namelijk het wel of niet morgen naar de vuurtoren gaan, een hele roman lang de rode draad kan zijn waaromheen zich een wereld aan karakters en gedachten openbaart.

Het is geen gemakkelijk boek om te lezen, maar als je het loslaat en mee laat deinen op de golven van de gedachten, gevoelens en verlangens van de personages in dit boek in de meanderende zinnen van Woolf voel je het boek. Het is een rijk boek dat het alledaagse verheft tot kunst, en die toont hoe diep menselijke emoties kunnen resoneren in iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een familievakantie of een schilderij. Neem de tijd voor dit boek en laat het langzaam op je inwerken. 

Naar de vuurtoren van Virgina Woolf, vertaald door Barbara de Lange en uitgegeven door Athenaeum in 2022. 

Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. 

0 Opmerkingen

Een kamer voor jezelf

25/1/2025

0 Opmerkingen

 
Afbeelding

Je moet je best doen alle persoonlijke en toevallige indrukken af te gieten om zo tot de pure vloeistof te komen, de etherische olie van de waarheid.

Afbeelding
Ik pak graag een boek uit de boekenkast wat mij op dat moment aanspreekt of waar ik zin in heb en daarbij onderzoek ik meestal niet waar het boek over gaat. Ik begin gewoon lekker met lezen en laat mij verrassen en dat is zeker gelukt bij het boek ‘Een kamer voor jezelf’ van Virginia Woolf. ‘Een kamer voor jezelf’ is het zevende fictieve boek wat Virginia Woolf in 1929 uitbrengt en waarmee ze een statement maakt voor de vrouwelijke schrijfster. Ze maakt met dit boek alle verwachtingen die ik van haar heb waar en ik heb het met heel veel plezier, interesse en verwondering gelezen.

“Als het om boeken gaat, weet iedereen dat het lastig is om er een waarderingsetiket op te plakken dat niet loslaat.”

Uiteraard heb ik bepaalde beelden en verwachtingen bij boeken van Virginia Woolf, of zoals zij het noemt, een waarderingsetiket. Dit boek is echter een feministisch essay en die had ik niet zien aankomen. En dat terwijl ‘Een kamer voor jezelf’ vaak wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke werken in de feministische literatuur.
Het essay is gebaseerd op een reeks lezingen die Woolf gaf aan vrouwelijke studenten aan de universiteit van Cambridge, een enscenering die in de introductie door Woolf wordt geschetst. Het essay onderzoekt en stelt belangrijke vragen bij de ontplooiing van vrouwelijke kunstenaars, specifieker schrijfsters. Ze maakt het belang van de maatschappelijke bijdrage van vrouwen duidelijk. Ze schetst ook de maatschappelijke beperkingen vanuit de historie tot in de toekomst die vrouwen hebben en mogelijk gaan weerhouden van artistieke en intellectuele vrijheid.

De stelling die Woolf aanneemt in het boek is relatief simpel en tegelijkertijd metaforisch; een vrouw heeft geld en een eigen kamer nodig om in te schrijven. “Als de vrouw wilde schrijven, moest ze dat in de gezamenlijke huiskamer doen.” Ze heeft de vrijheid, ruimte en tijd alleen nodig, een plek voor haarzelf, om haar artistieke en intellectuele werk te ontplooien. Vanuit historie benadrukt Woolf hoe eeuwen van economische onafhankelijkheid en zorg voor het gezin en andere maatschappelijke verwachtingen vrouwen ervan hebben weerhouden om hun potentieel te benutten.

Woolf belicht deze stelling vanuit verschillende oogpunten. In haar argumentatie verweeft ze onder andere persoonlijke observaties en historische analyses. De redenatie komt daarmee ook vanuit haar eigen perspectief, het perspectief van een welgestelde, witte vrouw in een specifiek tijdperk, is gestoeld. Dit kleurt het essay uiteraard wel. Maar met dit perspectief geeft dit boek een fantastisch inkijkje geeft in het leven en denken van Woolf. Ook belicht ze alle kanten met respect voor iedereen, zoals de rol van de man in de artistieke en intellectuele vrijheid van de vrouw. “Om een kunstwerk tot stand te brengen, moet er geestelijke samenwerking plaatsvinden tussen de vrouw en de man.”

Om haar punt duidelijk te maken komt ze met het hypothetische karakter van Judith Shakespeare, de fictieve zus van William Shakespeare. “Vrouwen hebben de afgelopen eeuwen dienstgedaan als spiegels met de magische en verrukkelijke macht mannen twee keer zo groot als hun natuurlijke afmeting te laten reflecteren. Zonder die macht zou de aarde waarschijnlijk nog steeds uit moeras en oerwoud bestaan.” Woolf gebruikt dit voorbeeld om te illustreren hoe een even getalenteerde vrouw als Shakespeare, door sociale en culturele beperkingen, nooit de kans zou hebben gekregen om haar genialiteit te tonen.

Ik vond ‘Een kamer voor jezelf’ heerlijk lezen. Woolf schrijft speels, soms ironisch en veelal poëtisch. Prachtige beschrijvingen en metaforen sieren de pagina’s in een rijk woordenspel. Ze wisselt moeiteloos tussen fictieve verhalen, autobiografische reflecties en filosofische analyses. Haar fantastische beschrijvingen van de natuur, maar ook diners dienen hun doel in het beargumenteren van haar standpunt. “En wat geven we vrouwelijke kunstenaars te eten?” Woolf daagt ons als lezers intellectueel uit zonder belerend te zijn. Onder haar speelse lichtheid schuilt een scherpe kritiek op patriarchale structuren. Haar karakteristieke stijl, die scherpzinnigheid en poëtische kracht combineert, maken het een toegankelijk essay zonder de kracht van haar argumenten tekort te doen.

Toen ik in de introductie las dat het een feministisch essay is, keek ik er tegenop om het te lezen omdat ik vaak ervaar dat feminisme een polariserend effect heeft. Deze aanname van mij haalt Woolf volledig onderuit. “Het zou doodzonde zijn wanneer vrouwen schreven en leefden als mannen of op mannen leken, want als twee verschillende seksen als niet overdreven veel is gezien de veelomvattendheid en verscheidenheid van de wereld, hoe zouden we het dan maar met één moeten redden?” Ze laat mij hier zien hoe het ook kan waarbij ze met respect voor de man een ontzettend krachtig statement maakt voor de vrouw.
Haar humor, lichtheid en beeldende woordenspel maken het luchtig en vrij om te zoeken naar het samenkomen van man en vrouw in kunst in haar wens voor de toekomst van de maatschappij. “Er is geen maatstaf, netjes in stukjes van een centimeter verdeeld, waarmee je de kwaliteit van een goede moeder, de toewijding van een dochter, de trouw van een zusje of de kundigheid van een huishoudster kunt meten.” Een maatschappij waarin mannen en vrouwen beide hun intellectuele en kunstzinnige bijdrage in vrijheid kunnen leveren. Ze onderbouwt dit vanuit diverse hoeken en voegt hier krachtige fictieve verhalen en metaforen aan toe.

De vraag die Woolf haar lezers stelt ter overweging is hoeveel grootse literaire werken en kunstwerken verloren zijn gegaan omdat getalenteerde vrouwen niet de ruimte en mogelijkheden hadden om te schrijven en werken aan hun kunst. “Maar dit zijn lastige vragen die in de schemering van de toekomst liggen.” Woolf roept ons op om na te denken over hoe gender, klasse en andere vormen van ongelijkheid iemands artistieke en intellectuele mogelijkheden beïnvloeden.
De restricties op kunst en uitingen van kunst spelen hierin mee. “Doe uw bibliotheek op slot als u dat nodig vindt; maar er is geen hek, geen slot, geen grendel waarachter uit de vrijheid van mijn geest kunt opsluiten.” Haar pleidooi voor een samenleving waarin iedereen de kans krijgt om zijn of haar talenten te ontwikkelen, blijft een krachtige oproep.

Deze verrassing heeft mij absoluut verwonderd. Ik vond het een fijn boek om te lezen, een mooie kennismaking met Virginia Woolf en een uitdagend en inspirerend werk dat zijn plaats als klassieker van de feministische literatuur meer dan verdient. Haar essay is een pleidooi voor een wereld waarin iedereen toegang heeft tot de middelen en ruimte om zijn of haar intellectuele en artistieke potentieel te verwezenlijken. Een pleidooi wat nog altijd relevant en inspirerend is.

“Ik hoop dat u linksom of rechtsom over genoeg geld zult beschikken om te reizen en niets te doen, om de toekomst of het verleden van de wereld te overdenken, om te dromen over boeken en op straathoeken rond te hangen en de vislijn van uw gedachten diep in de stroom neer te laten.”

Een kamer voor jezelf van Virgina Woolf, vertaald door Monique ter Berg en uitgegeven door Uitgeverij Chaos in 2018.

Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link.

0 Opmerkingen
    Picture

    Wie ben ik

    Mijn naam is Anne Kleefstra. Ik lees al mijn hele leven graag. Vele vakanties en vrije uurtjes heb ik met mijn neus in de boeken doorgebracht. En ik vind het heerlijk! 
    Vele verschillende genres heb ik gelezen, maar ik blijf terugkomen op literatuur. Hoe schrijvers in deze boeken spelen met taal en de mooiste zinnen en verhalen creëren vind ik magisch. 
    Mijn nieuwsgierigheid drijft mij om uit verschillende landen te lezen. Ik vind het inspirerend om alle verschillende stijlen en culturen te ontdekken. 
    Ik deel graag mijn ontdekkingen en 'letterfretter'-avonturen met jou en ik hoop dat het je inspireert en motiveert om nieuwe boeken en genres te ontdekken!


    Categorieën

    Alles
    Algerije
    Argentinië
    België
    België
    Canada
    Chili
    Colombia
    Cuba
    Duitsland
    Frankrijk
    Groot Brittannië
    Irak
    Japan
    Letland
    Mauritius
    Mexico
    Nederland
    Noorwegen
    Oekraïne
    Palestina
    Peru
    Polen
    Rusland
    Schrijvers
    Spanje
    Sri Lanka
    Tsjechië
    Turkije
    Verenigde Staten
    Vietnam
    Zweden


    Archieven

    December 2025
    November 2025
    Oktober 2025
    September 2025
    Augustus 2025
    Juli 2025
    Juni 2025
    Mei 2025
    April 2025
    Maart 2025
    Februari 2025
    Januari 2025
    December 2024
    November 2024
    Oktober 2024
    September 2024
    Augustus 2024
    Juli 2024
    Juni 2024
    Mei 2024
    April 2024
    Maart 2024



    RSS-feed

Made by Anne Kleefstra
Bèta-versie
  • Home
  • De schrijvers
  • Over de Letterfretter