Maar wat deed het verleden een nog toe? De nieuwe morgen spreidde zich rondom hem uit als een lichtende en beschermende werkelijkheid, de kwade herinneringen waren van sneeuw en de geelachtige zonnewarmte deed ze smelten. In maart 2025 overleed Mario Vargas Llosa. Een groot gemis voor de prachtige Zuid-Amerikaanse literatuur. Gelukkig heeft hij een productief schrijverschap gehad en zijn er vele boeken van hem om van te genieten. Hoog tijd om een van zijn boeken hier de revue te laten passeren. En dan kan ik wel zeggen dat het een van zijn meest iconische boeken is, maar dat past niet. Hij heeft zoveel magnifieke en iconische boeken geschreven dat ‘De stad en de honden’ een van de boeken in deze memorabele rij is. Llosa heeft een uniek stemgeluid laten horen in zijn boeken waarin macht, militarisme, giftige mannelijkheid en de strijd om het bestaan steeds terug blijven komen. Zo ook in ‘De stad en de honden’ waarin hij een geluid laat horen van macht, militarisme en de strijd van jonge jongens onderling op een cadettenschool. Het is het boek waarmee hij op jonge leeftijd in 1963 doorbrak en wat in 1964 in Nederland uitgebracht is, vertaald door J. G. Rijkmans. Het boek speelt zich grotendeels af binnen de muren van de militaire school waar jonge cadetten worden opgeleid. Binnen deze muren wordt duidelijk hoe de jongens niet alleen getraind worden tot soldaten, maar ook gehard tot mannen die leren leven met hiërarchie, vernedering en geweld. Ondanks dat is er een kleine groep jongens die macht weet te verkrijgen onder de cadetten. Onder aanvoering van ‘de Jaguar’ geven de jonge honden zich over aan alle mogelijke uitspattingen. Ze kleineren, bespotten en mishandelen een eenling die ze behandelen als slaaf. Bij een van de militaire oefeningen raakt hij zo zwaar gewond dat hij sterft. Llosa experimenteert met tijdsprongen, perspectiefwisselingen en fragmentarische scènes die soms overlappen. Deze stijl vraagt wat van jou als lezer maar geeft ook een heel eigen stem aan Llosa in zijn boeken. De chaos en de verwarring van de cadetten wordt weerspiegeld in de structuur van het boek middels de schrijfstijl. Het is alsof je als lezer zelf gevangen raakt in de doolhof van macht, geheimen en geweld. Bovendien wordt de waarheid voortdurend ondermijnd: niemand heeft het hele verhaal in handen wat een krachtige spiegeling met de werkelijkheid oplevert. De taal van Vargas Llosa is rauw en direct, soms hard en schokkend, maar ook poëtisch en indringend. Hij werkt met metaforen en symbolen. De school het functioneert als een microkosmos waarin de machtsstructuren, corruptie en ongelijkheid van de buitenwereld weerspiegeld worden. “Het bergschaap staat onbeweeglijk boven het gras, met slap neerhangende oren en grote vochtige ogen, die verloren in de lege ruimte staren.” Zoals het bergschaap dat de algehele sfeer op de school spiegelt of de hond die komt aanlopen en niet meer weggaat ondanks alle mishandelingen. Llosa beschrijft de kleinste en mooiste details zorgvuldig en met een vlaag humor. “De majoor nam het rapport weer ter hand. Terwijl hij het overlas probeerde hij op de rode haren van zijn snor te bijten, maar hij had heel kleine tandjes, die er alleen maar in slaagden over zijn lippen te schrapen en ze te irriteren. Met de hiel van zijn ene voet klopte hij zenuwachtig op de grond.” Zijn verbeeldende stijl brengt het boek tot leven en geeft personages unieke karakteristieken die zich vol charme laten visualiseren. En tegelijkertijd maakt Llosa van deze personages een soort spotprent. Hoewel het boek zich beperkt tot de setting van de militaire academie, is het onmogelijk om het boek los te zien van de bredere Peruaanse samenleving in de jaren zestig. “Het standbeeld van de held scheen een treurende plant, doortrokken van dauw.” Een samenleving die zich voortdurend op het snijvlak van democratie en militarisme bevond en hier ook regelmatig in gewisseld is gedurende de jaren. Llosa laat zien hoe corruptie, machismo en hiërarchie diep verankerd zijn, niet alleen binnen het leger maar in alle lagen van de maatschappij. Tegelijkertijd wordt er een andere paradoxale vraag aangereikt in dit boek, eentje die mij triggert en nieuwsgierig maakt. Wat als iedereen doet wat niet mag, is het dan oké? Hoe bestraf je dan en is dat dan nog mogelijk? Wat kan je nog doen om de orde te bewaren? Het zijn vragen waar de schoolleiding tegenaan loopt als ze er eenmaal achterkomen welke misstappen en gebeurtenissen die zich onder de cadetten afspelen. “Het was het tweeslachtige, onbestemde uur, waarop de middag en de avond met elkaar in evenwicht verkeren en elkaar als ’t ware neutraliseren.” Het is wellicht ook de vraag die militarisme in de hand speelt. Wat als het tegengeluid niet meer gehoord wordt? Enerzijds is het moeilijk om niet geraakt te worden door de emoties van de personages: de vernederingen van de Slaaf, de innerlijke strijd van de Poëet, de woede en eenzaamheid achter de façade van de Jaguar. Anderzijds word je ook voortdurend geconfronteerd met de banaliteit van wreedheid: hoe gemakkelijk jonge jongens elkaar kunnen breken, hoe snel macht corrumpeert. Het lijkt daarmee ook een paradoxaal verhaal. Een ander mooi aspect is dat het boek niet verzandt in een simpele aanklacht of moralistische boodschap. “Hij hield juist van het militaire leven om dezelfde reden waarom de anderen het haatten: om de discipline, de hiërarchie en de veldoefeningen.” Er is geen zwart-wit tegenstrijdigheid van goed versus slecht. Het is een beschrijvend en beschouwend boek zonder daadwerkelijk antwoord te willen geven. Een boek met respect voor ieders verhaal. Llosa’s ‘De stad en de honden’ geldt als een van de belangrijkste werken uit de Latijns-Amerikaanse literatuur. Het boek schetst een meedogenloos beeld van een jonge generatie die gevormd wordt in een wereld van geweld, machtsstrijd, onderdrukking en mannelijkheid, en legt tegelijk een spiegel voor aan de Peruaanse samenleving van die tijd. Llosa heeft een hele eigen stijl en vertelwijze en dat maakt hem als schrijver uniek. De metafoor is bijzonder krachtig, beangstigend en reflectief wat dit een bijzonder boek maakt en zeker het leesavontuur waard is! “Het was de laatste zomerdag en nadat hij drie maanden lang als gloeiende kool boven de stranden had gebrand, ging de hemel boven Lima betrekken en kondigde een lange, grijze slaap aan.” De stad en de honden van Mario Vargas Llosa, vertaald door J.G. Rijkmans en uitgegeven door Meulenhoff in 1964. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link.
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
Wie ben ikMijn naam is Anne Kleefstra. Ik lees al mijn hele leven graag. Vele vakanties en vrije uurtjes heb ik met mijn neus in de boeken doorgebracht. En ik vind het heerlijk! Categorieën
Alles
Archieven
December 2025
|

RSS-feed