Ja, geel stond voor financiële voorspoed. Financiële voorspoed betekende: de geldstroom die onze kant op kwam. Dat wij er in geslaagd waren om hier een woonplek te vinden en geld te verdienen, had uiteraard deels te maken met de inspanning die we van tijd tot tijd hadden geleverd, maar ik was er sterk van overtuigd dat het in principe vooral te danken was aan het geluk van de kleur geel. Mieko Kawakami is een Japanse auteur en een literair fenomeen in eigen land. Inmiddels is ze ook in Nederland doorgebroken met lovende kritieken. Haar werk is vaak intiem, confronterend en tegelijkertijd verrassend toegankelijk. Er zijn vier boeken van haar vertaald naar het Nederlands, waaronder ‘Het gele huis’ en ‘Alle geliefden van de nacht’. Die laatste is al eerder op De Letterfretter voorbij gekomen en dat boek heeft ervoor gezorgd dat ik, net als velen, fan geworden ben van Mieko Kawakami. De onrust en onheilspellende sfeer voel je vanaf de eerste zinnen van ‘Het gele huis’. In het boek zet Kawakami een thema centraal dat universeel is en toch vaak in de marge blijft hangen: de invloed van geld, armoede en welvaart op het leven van iemand. Niet in de rauwe vorm van economische analyses of cijfers, maar in de dagelijkse strijd, de dromen en de keuzes van gewone mensen. Het boek opent met de 40-jarige vertelster Hana die bij toeval online leest dat een vrouw met wie ze jarenlang heeft samengewoond beschuldigd is van mishandeling, intimidatie en illegale opsluiting. We maken een grote sprong terug in de tijd naar de twintigste eeuw naar het nachtelijke Tokio met de geur van alcohol en sigarettenrook. “Kinderen renden op donkere plekken, omzoomd met nog donkerder schaduwen. Hoe vaak ik ook herhaalde dat het ’s nachts eng was, dat ze niet die kant op moesten gaan, de kinderen lachten alleen maar, ze wisten niet dat dit de nacht was, ze wisten niet eens wat de nacht inhield, niemand wist dat.” Een Japan dat maar weinig mensen ontdekt hebben en een beeld creëert wat onbekend is. We zien Hana worstelen in haar strijd om volwassen te worden en uit de armoede te klimmen. Van jongs af aan heeft ze het zelf moeten redden. “Iedereen die leeft wordt ouder. Ik wist niet wat ouder worden inhield tot het me zelf overkwam.” Ze opent een bar Lemon samen met een vriendin en gaat samenwonen met drie vriendinnen met wie ze samen Lemon runt. Langzaamaan komt ze in een wereld terecht waar grenzen vervagen en het geld lonkt. De drang naar welvaart neemt haar geleidelijk over. Een van de meest opvallende lijnen in dit boek is de spanning tussen doemdenken en geloven wat je wilt geloven. Hana gaat uit van verlies, armoede en angst en bouwt vol verlangen haar hoop en geloof daarop, vaak tegen beter weten in. “Nu ik zo zonder doel rondliep, kreeg ik de merkwaardige gewaarwording dat ik me voortbewoog in een droom waarin richting noch tijd bestond.” Wat bijzonder sterk naar voren komt, is hoe overtuigingen een keuze zijn, maar dat vaak onbewust vervlochten in onze dagelijkse rituelen waardoor ze een sterke factor zijn in hoe je kijkt naar de toekomst. En daarin ook veelal bepalend zijn als een self fulfilling prophecy. Het spirituele geeft Hana houvast. De kleur geel uit de Feng Shui spreekt haar bijzonder aan en krijgt een steeds belangrijkere plaats in haar leven. Geel staat in de Feng Shui voor welvaart en Hana creëert een gele plek in huis dat als heiligdom wordt beschouwd. Daarmee wordt je meteen gewezen op de paradox van rijkdom: het verlangen ernaar kan bijna religieuze trekken aannemen, terwijl de werkelijkheid vaak grillig, onvoorspelbaar en meedogenloos is. Geld en welvaart is een belangrijke drijfveer in dit boek. “Geld is gewoon voortdurend in beweging. Van hier naar daar, van de ene persoon naar de andere, van ergens naar ergens. Is dat verplaatsen de ware aard van geld? Wanneer je geld nodig hebt, wanneer je geld wilt hebben, hoe staan die wens en de ware aard van geld dan in vredesnaam tot elkaar in verhouding?” Hana leeft in eerste plaats samen met geld en dan met de mensen om haar heen. Het versluiert regelmatig de daadwerkelijk belangrijke zaken in het leven. Of ze er terugkijkend op terugkomt is de vraag. Iets anders dat mij intrigeert in dit boek is hoe Hana voortdurend bezig is om zo goed mogelijk haar verantwoordelijkheid te pakken en voor haar vriendinnen en de mensen om haar heen te zorgen. Vanuit de beste intenties, vanuit haar opvoeding, omgeving en normen en waarden doet ze hard haar best zo goed mogelijk voor anderen alles te regelen en te voor anderen te zorgen. Ze doet haar uiterste best voor anderen, zet zichzelf steeds opzij en lijkt zo een toonbeeld van toewijding en altruïsme. Maar ze staat er niet bij stil wat de anderen willen en daadwerkelijk nodig hebben. Toch wringt hier iets. Door zo zorgend in het leven te staan, zonder werkelijk stil te staan bij de werkelijke behoeften van de ander, ontstaat er een subtiele scheefgroei. “Jij, die kan bepalen wiens overvloedige zweet goed zweet is en wiens overvloedige zweet slecht zweet is, op welke plek zweet je zelf eigenlijk? Dat moet vast op een prachtige plek zijn, zou je mij de volgende keer kunnen vertellen hoe ik daar kom?” Het zorgen wordt een eigen meetlat, een manier om betekenis te geven aan het eigen bestaan. Hana verandert in een werkbij, iemand die zichzelf voortdurend wegcijfert, maar tegelijkertijd in het beeld van anderen aan de rol een zekere macht en controle probeert te ontlenen. “Mijn geluk was uitgeput, ik was in de steek gelaten, alles werd de verkeerde kant op teruggedraaid, ik werd getroffen door een onvoorstelbaar onstuimig ongeluk en tuimelde naar de bodem van de hel; dit moment hier was het keerpunt voor alles wat me nog te wachten stond - die gedachte dreigde me ter plekke op de grond te doen zakken.” Niet alleen haar omgeving heeft er last van, maar Hana ervaart het zelf ook als een zware last die haar vaak het ongeluk in duwt. Dat is een van de meest intrigerende observaties in het boek voor mij: verantwoordelijkheid kan, als het tot een absolutisme wordt verheven, omslaan in achterdocht en vervreemding. Kawakami legt genadeloos bloot hoe goede intenties niet automatisch tot goede uitkomsten leiden. “Degene die betaalt is sterker dan degene die de ander laat betalen. Degene die de ander laat betalen is zwakker dan degene die betaalt. Degene die betaalt bemoeit zich met de ander en vindt dat hij daar het recht toe heeft. Degene die betaald heeft, al dan niet bewust, altijd een superioriteitsgevoel, waardoor degene die de ander laat betalen zich onbewust dienstbaar gaat opstellen en voortaan aan het gezicht van de ander probeert af te lezen hoe de vlag erbij hangt. De sterken kunnen de zwakkeren als het ze uitkomt ten alle tijde als vuil behandelen.” Stilistisch is ‘Het gele huis’ herkenbaar Kawakami: zorgvuldig, helder en toch poëtisch. Ze schrijft niet breedsprakig, maar weet met kleine observaties diepe lagen aan te boren. Haar poëtische bewoordingen en beeldende beschrijvingen zijn bijzonder mooi. “Elke zomer, zo ook die bewuste zomer, strekte de nacht zich oneindig uit, met zijn glimmende, glanzende geglazuurde appels en suikerspinnen, de rode kleur van goudvissen die in het water rondspartelden, stuiterballen in bonte kleuren, de geur van aarde, de geur van zoete sojasaus en vreugdekreten die zich vermengden met de walm die voortdurend in de lucht hing.” De kracht zit in het detail: de manier waarop een kamer wordt beschreven, een gesprek dat ogenschijnlijk over niets gaat maar ondertussen barst van de onderhuidse spanningen. Het is intiem en universeel tegelijk. Wat een heerlijk boek om te lezen. Het legt bloot dat geld en welvaart niet alleen thema’s zijn in landen met grote ongelijkheid of armoede, maar dat ze ook in rijke samenlevingen diepe sporen trekken. Misschien zelfs juist daar, omdat de schijn van genoeg soms verhult hoe afhankelijk we ons voelen van bezit, status of zekerheid. Het is een boek dat je niet alleen leest, maar ook ondergaat. Het laat zien hoe geld een stille, allesbepalende kracht kan zijn in levens, hoe zorgzaamheid kan omslaan in een gevangenis van verantwoordelijkheden, en hoe de erfenis van familie en opvoeding ons vormt. Een heel mooi portret van een Japan dat maar weinig mensen kennen en wat je vol verwondering kan lezen. “Iedereen heeft toch altijd gladde praatjes, maakt alles mooier dat ’t is? Bij het kopen van een auto, bij ’t uitlenen van geld, bij alles heb ik op ’t eind altijd hun plee bekeken. Bij jullie is-ie altijd schoon. Alle zaken leiden naar de plee.” Het gele huis van Mieko Kawakami, vertaald door Maarten Liebregts en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 2024. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link.
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
Wie ben ikMijn naam is Anne Kleefstra. Ik lees al mijn hele leven graag. Vele vakanties en vrije uurtjes heb ik met mijn neus in de boeken doorgebracht. En ik vind het heerlijk! Categorieën
Alles
Archieven
December 2025
|

RSS-feed