Als het om schrijven gaat, is het enige voordeel bij een dagboek dat het geen zenuwen geeft. Ik voel het meer als huiswerk. Het biedt ook niet de verrassing, het avontuur, de spanning, het ‘niet weten waar ik het vandaan haal’ van fictie. Het eerste dagboek van Mensje van Keulen en de laatste van haar dagboeken voor op de Letterfretter. ‘Alle dagen laat’ is het dagboek van het jaar 1976 van Mensje van Keulen. Eerder zijn de dagboeken ‘Neerslag van een huwelijk’ en ‘Moeder en pen’ al op de Letterfretter voorbij gekomen. In de reeks van dagboeken vond ik ‘Alle dagen laat’ het minst pakkende dagboek om te lezen. Toch blijft het zoals de andere twee gepubliceerde dagboeken een intiem en diepgaande kijk in haar persoonlijke leven. Er ontstaat een ontroerend portret van een vrouw die haar schrijverschap centraal stelt in een leven waar ze zoveel meer aandacht wil geven aan andere dingen en zo gemakkelijk afgeleid is en ook de sores van alledag en het leven haar niet bespaard blijft. Dit eerste dagboek van Mensje van Keulen voelt minder geladen dan de dagboeken ‘Neerslag van een huwelijk’ en ‘Moeder en pen’. De spanningen zijn subtieler, implicieter en daardoor minder urgent. Het is een dagboek gevuld met dagelijkse beslommeringen. De onderwerpen zijn vaak klein en specifiek: ontmoetingen met vrienden, diners met collega’s, bezoekjes aan de familie, observaties van het weer, katten, boeken, kunst. Het zijn de bouwstenen van een leven. ‘Alle dagen laat’ is uniek in de reeks dagboeken omdat van Keulen ook fragmenten van haar werk, brieven en zelfs tekeningen opneemt. Daarmee biedt ze de ons niet alleen een inkijkje in haar leven, maar ook in haar creatieve proces. Het laat zien hoe het literaire en het persoonlijke in haar bestaan verweven zijn, waar zij plezier uithaalt in het schrijven van fictie en waar het moeilijk is. “Het is heerlijk in de huid van een vrolijke, adellijke dwerg te kruipen en zijn avontuur mee te beleven.” Het wordt daarmee meer dan een dagboek: het wordt ook een soort schrijflaboratorium, een ruimte van experiment en twijfel, van ideeën in wording. Een terugkerend motief is het huwelijk en het moederschap dat door het dagboek heen sijpelt zonder dat het zwaar drukt. Anders dan in de latere dagboeken waar deze thematiek explicieter en emotioneler wordt aangeraakt, lijkt het hier nog een gedachte in wording, een wens zonder contouren. Misschien is dat ook wat het boek typeert: het is een verslag van een tussenfase. “Wee u oude mannen, het borrelt in mijn heksenketel!” De grote keuzes zijn nog niet gemaakt of zitten in het vroege stadium. Er is ruimte, maar ook veel afleiding. Wat direct opvalt is de sfeer van rust en continuïteit in ‘Alle dagen laat’. De dagboekvorm dwingt een bepaalde regelmaat af: het zijn korte notities, fragmenten van gedachten, terugblikken en observaties die samen een mozaïek vormen van het schrijversbestaan in een relatief kalme periode. Er is sprake van een zekere relaxtheid in de toon, alsof Van Keulen het schrijven van het dagboek als een oefening in schrijven ziet en in continuïteit in het schrijven daarmee wil garanderen. Tegelijkertijd is er de onderstroom van ‘moeten’. “Ik voel me beter als het avond is, heb dan eindelijk het gevoel dat ik tijd heb.” Het besef dat het bijhouden van een dagboek inspanning vergt, dat het een daad is van trouw aan de schrijfpraktijk, zelfs als die op gespannen voet staat met het ‘echte leven’ dat steeds maar doorgaat. Ook in ‘Alle dagen laat’ herken je direct unieke stijl van van Keulen: een heldere, trefzekere pen die kleine observaties betekenisvol maakt en het persoonlijke weet te verweven met dat wat herkenbaar is voor eenieder. Voor de bewonderaar van Van Keulens stijl is het een genot: haar vermogen om van het alledaagse iets bijzonders te maken, is ongeëvenaard. “Hardop uitspreken wat ik draaglijk vind, maakt de dingen echter en grimmiger.” Haar taal is helder, zonder opsmuk, maar weet juist daardoor emoties en nuances haarfijn te treffen. Het is een stijl die nergens de aandacht opeist, maar wel steeds precies op de juiste plek de vinger legt. Ook dit dagboek toont de paradox van het schrijversbestaan, namelijk de behoefte aan verbinding versus de noodzaak van afzondering. Dat spanningsveld is voelbaar. Van Keulen laat het zien in de manier waarop ze verslag doet van gemiste schrijfuren, uitgestelde plannen en de immer aanwezige innerlijke strijd tussen plicht en verlangen. En als er dan tijd van afzondering is, komt het gevoel van het daadwerkelijk iets op papier moeten zetten. “Ik staar op het papier als iemand die vindt dat er wat op moet. Er moet niks op.” Maar ook niet te streng zijn, respect hebben voor het creatieve proces. Fascinerend om te lezen hoe dit vorm krijgt bij Mensje van Keulen. Alle dagen laat is een intrigerend dagboek, niet omdat het spektakel biedt of grote thema’s uitvoerig behandelt, maar juist omdat het zich beweegt in het domein van het alledaagse en daarin schoonheid en betekenis vindt. In vergelijking met Van Keulens eerdere dagboeken mist dit deel wellicht de intensiteit of emotionele urgentie, maar het biedt daarentegen een kalme, contemplatieve continuïteit. Van Keulen weet met haar dagboeken mensen te raken. Haar openheid en eerlijkheid over de mooie en minder mooie kanten van het schrijverschap en haar creatieve proces te midden van een rijk sociaal leven zijn herkenbaar voor velen. Ook dit dagboek is zeker een aanrader! Alle dagen laat: Dagboek 1976 van Mensje van Keulen, uitgegeven door Atlas Contact in 2006. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link.
0 Opmerkingen
Het is een heel vreemde gewaarwording je eigen leven te observeren. Alsof het aan iemand anders toebehoort: je begrijpt gewoon niet dat zó iemand kan bestaan. ‘De jacht op het verloren schaap’ is een magnifiek boek van Haruki Murakami. Het is een van de eerste boeken die hij heeft geschreven en het eerste boek wat hij heeft geschreven als beroepsauteur. Het is ook een van de weinige boeken waar hij echt onderzoek voor gedaan heeft, in dit geval naar schapen, wat uiteindelijk het verhaal zo uit zijn pen deed rollen zoals hij beschrijft in het nawoord. Gepubliceerd in 1982 en in het Nederlands vertaald en gepubliceerd in 1990 is ‘De jacht op het verloren schaap’ het boek waarmee niet alleen Murakami zichzelf kon zien als beroepsschrijver, maar de rest van de wereld ook. In ‘De jacht op het verloren schaap’ duiken we in de huid van een bijna dertig-jarige man uit Tokyo. Na de scheiding met zijn vrouw voelt hij zich verloren in zijn eentonige leven als mede-eigenaar van een klein schrijfbureau. Dan krijgt hij een bijzonder verzoek over een van de foto’s die hij heeft gepubliceerd. Als zijn nieuwe vriendin met de prachtige oren over een schaap begint en vervolgens de vraag om het schaap te zoeken ook daadwerkelijk op zijn pad komt, gaat hij op reis. Op zoek naar een verdwenen schaap met een ster op zijn rug. In het nawoord beschrijft Murakami dat hij voor dit boek echt op onderzoek uit ging en dat is terug te lezen in het boek. Het creëert een beeld van de nieuwe nederzettingen die ontstaan in de bergen waar gevluchte boeren gaan wonen. Deze uitgebreide achtergrondinformatie is fijn te lezen met Murakami’s stijl en humor. “Het landschap had inderdaad veel weg van een blote reet.” Ook de informatie over schapen en hoe deze in Japan en omliggende landen een rol hebben gespeeld in het land is interessant om te lezen. De mythe gaat rond dat in Noord-China en Mongolië het nogal eens voorkomt dat mensen door schapen worden bezeten. De bevolking gelooft dat het een teken van goddelijke genade is. In een boek dat tijdens de Juan-dynastie verscheen, staat bijvoorbeeld dat Djenghis Khan een wit schaap met een ster op zijn rug in zijn lichaam had wonen. En zo ontstaat een kapstok voor de verkenning van leidende figuren in het vinden van identiteit zoals ook deze regio in Japan een identiteit heeft gevormd. Een van de sterkste aspecten van ‘De jacht op het verloren schaap’ is Murakami’s vermogen om het onverklaarbare niet uit te leggen, maar te laten bestaan. Hij vertrouwt erop dat zijn lezers kunnen leven met ambiguïteit, met open eindes, met vragen die geen antwoord krijgen. Murakami kan je aanzetten tot lezen en geboeid houden tot de laatste pagina met de vreemdste verhalen die zweven tussen realiteit en fantasie. Hij heeft een unieke toon waarin zinnen bedrieglijk eenvoudig lijken en op die manier ruimte geven voor een diepere laag. De dialogen zijn simpel, diepgaand en praten over dat wat moeilijk is. “‘Het is alleen dat ik zelf nog niet zo goed snap wat er met me aan de hand is. Ik bekijk de dingen liefst zo redelijk mogelijk, zonder meer te overdrijven dan nodig is. Maar ik wil ook niet nuchterder zij dan nodig. Het duurt even voor je dat kunt.’ ‘Hoe lang ongeveer?’ ‘Geen idee. Misschien een jaar, misschien 10.’” Een ander opvallend element is de reflectie, de gedachten, het denken dat tijdens de gesprekken plaatsvindt. Het abstracte in de dialogen in gedetailleerde gesprekken maakt het een genot om te lezen. “De dingen waar je werkelijk over wilt praten zijn altijd het lastigst uit te leggen, vind je niet?” Ook in handelingen komt dit terug. In ogenschijnlijk onbenullige details, zoals het openen van een blik bier, het luisteren naar een jazzplaat of een ogenschijnlijk triviaal gesprek, schuilt een gevoel van existentiële leegte en hunkering. “Toen de koffie gemalen was, besefte ik dat ik eigenlijk ijsthee had gewild. Ik besef altijd van alles wanneer het eenmaal te laat is.” En zo komen grote vragen bovendrijven. Wie ben ik? Is middelmatig genoeg? Dat zijn vragen waar de hoofdpersoon in dit boek antwoord op zoekt. Om deze vragen te beantwoorden vindt hij mensen om zich heen die hij om raad kan vragen, zoals zijn vriendin met de mooie oren en de Schaapman. “Je hebt iets over je. Je bent net een zandloper: net wanneer het zand op is, komt er altijd wel iemand die je omkeert.” Zo rolt hij van het ene onwaarschijnlijke verhaal in het andere. Het is het eerste boek dat Murakami schreef als beroepsauteur en ook hij voelt zich in dit boek geleid door de schapen. “Ik had de rare, maar uiterst reële gewaarwording dat het verhaal door schapen naar mij toe werd getrokken.” Ik kan mij voorstellen dat de vragen die de hoofdpersoon zich in dit boek stelt ook door Murakami’s hoofd zijn gegaan toen hij zich beroepsmatig op het schrijverschap richtte. De zoektocht naar identiteit, autonomie en zingeving speelt een rol in dit boek. De hoofdpersoon weet zelf niet goed waarom hij instemt met deze zoektocht. Hij is, zoals veel karakters in de boeken van Murakami, stuurloos, zwevend tussen een saai kantoorbaanbestaan en een innerlijk verlangen of een innerlijke vraag naar iets groters, iets onbenoembaars. Zijn vriendin, die een mysterieuze aantrekkingskracht uitoefent met haar ‘magische oren’, vertegenwoordigt het irrationele, het intuïtieve, het bovenzinnelijke en vormt hiermee een leidraad die hem aanzet tot avontuur. Als lezer blijf je na afloop van ‘De jacht op het verloren schaap’ achter met een gevoel van verwondering. Het verhaal is niet afgerond in de traditionele zin; de hoofdpersoon keert terug, veranderd maar niet verlicht, met meer vragen dan antwoorden. Met dit boek zet Murakami de toon voor een aantal onderwerpen die in veel van zijn boeken terug blijven komen. Zo speelt zijn fascinatie voor oren een grote rol in het boek. “Maar haar ware glorietijd was nog niet aangebroken. Ze liet haar oren alleen de volgende twee of drie dagen bloot en verborg toen die schitterende, wonderbaarlijke kunstwerken onder haar haar, en werd zo weer haar alledaagse zelf. Net alsof ze begin maart even haar jas had uitgedaan om te zien of ze al zonder kon.” Het gesprek over oren gaat pagina’s lang door en aan de hand van de oren bouwt Murakami het karakter op. Ook komt muziek, whiskey en de jazzbar terug in het boek. Het karakter van de hoofdpersoon is kenmerkend voor Murakami waarbij het identiteitsvraagstuk speelt en ook de vraag terug blijft komen of een saai leven goed genoeg is. De hoofdpersoon is een Japanner, maar zijn referentiekader is westers. Dit gevoel van dislocatie resoneert op meerdere niveaus en geeft het verhaal een universele lading. De jacht op het verloren schaap is een schitterend voorbeeld van hoe literatuur tegelijk verwarrend en verhelderend kan zijn. Murakami slaagt erin om het mysterie van het bestaan op een lichte, simpele en vaak hilarische manier te verkennen. Het is een boek dat zich niet laat samenvatten, die meer vragen stelt dan beantwoordt, en die juist daarom zo’n diepe indruk achterlaat. Het is een wonderlijke reis door het alledaagse en bovennatuurlijke. Durf jij de reis aan? “Ik wist het niet. Er is een hoop dat ik niet weet. En ik ben er niet zo zeker van dat in mijn geval het verstand met de jaren komt. Een karakter kan zich nog enigszins veranderen, maar de middelmatigheid is voor eeuwig. Dat heeft een Russische schrijver ooit gezegd. Soms zeggen ze hele slimme dingen, die Russen. Nou ja, ze hebben dan ook de hele winter de tijd om er op te komen.” De jacht op het verloren schaap van Haruki Murakami, vertaald door Jacques Westerhoven en uitgegeven door Atlas Contact. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. De droom wilde uitbreken als een ziekte die lange tijd onzichtbaar in gewrichten, zenuwen en spieren huist en alle bloedvaten van het lichaam vult, die men niet kan ontlopen, tenzij men zichzelf ontloopt. ‘Het spinnenweb’ is het eerste boek dat Joseph Roth schreef in 1923. Het is een donker en visionair debuut van Roth over een duistere periode in de Duitse geschiedenis. Ik vind het een ijzingwekkend verhaal wat ik met angstig kippenvel heb gelezen en waarin helaas de parallellen naar de huidige tijd mij niet geheel vreemd lijken. Het boek, oorspronkelijk als feuilleton verschenen in een Weens dagblad, bleef onvoltooid. Alleen het eerste deel werd gepubliceerd en het tweede deel is verloren gegaan. Toch geldt dit korte boekje als een krachtige voorbode van Roths meesterschap. In het boek ‘Het spinnenweb’ volgen we de ontwikkeling en gedachten van Theodor Lohse, een voormalig luitenant in het Duitse leger in de Eerste Wereldoorlog. Hij keert terug uit de oorlog met een diep verlangen naar status en erkenning. Vanuit het perspectief en de gedachtengang van Lohse volgen we hem als hij via allerlei netwerken en geheime genootschappen steeds dieper in de duistere wereld van het rechts-radicale regime terecht komt wat uiteindelijk jaren later onder leiding van Adolf Hitler de grootst denkbare verschrikkingen begaat. Hij raakt verstrikt in complotten, verraad, ideologie en macht waarbij hij steeds verder zich identificeert met het gedachtengoed van radicaal-rechts die de weg voor het nationaalsocialisme effent. “Hij wilde het worden, luitenant of iets anders. Niet verborgen blijven en niet meer geborgen zijn, niet een bescheiden baksteen in de constructie van een muur, niet de laatste van zijn kameraden, niet degene die luisterde en lachte wanneer zij anekdoten vertelden en moppen tapten, niet meer eenzaam zijn onder de velen, alleen met zijn vergeefse verlangen om aangehoord te worden en met eeuwige ontgoocheling dat hij niet aangehoord maar getolereerd werd en vanwege zijn dankbare aandacht geliefd was.” Roth toont met dit kleine boekje hoe de chaos en onzekerheid van de naoorlogse periode ruimte bieden aan radicaal nationalisme, antisemitisme en politieke manipulatie. Het gemak waarmee Lohse in deze beweging terecht komt en zich laat meeslepen vanuit zijn drang naar macht, bekendheid en erkenning is angstaanjagend. “In doorwaakte nachten nam zijn plan vaste vormen aan, het kwam tot leven en vroeg erom verwezenlijkt te worden.” En de titel van het boek dekt in het geheel de lading waarbij Lohse verstrikt raakt in een netwerk van complotten, verraad, ideologie en macht, waarbij hij gaandeweg zijn ziel steeds verder verliest, hoewel Lohse dat zelf niet zo ziet. Lohse wordt beschreven door een van zijn kompanen als: “het was de Europese jongeman: nationalistisch en egoïstisch, zonder geloof, zonder trouw, bloeddorstig en bekrompen. Het was het jonge Europa.” Hij is het prototype van een verbitterde veteraan die zijn roeping heeft gevonden in de tegenbeweging. Het sterke verlangen van Theodor om er toe te doen is voelbaar. Hij wil meer zijn dan hij nu is. “Spoedig zal hij uit zijn eerloze hoekje tevoorschijn komen, een winnaar, niet meer gevangen in de tijd, niet meer gebukt onder het juk van zijn dagen. Ergens schetterden schelle fanfaren, aan de horizon.” Roth beschrijft Lohse als karakter dat even afschrikwekkend als begrijpelijk is, namelijk een man die niet in staat is zijn persoonlijke mislukking onder ogen te zien en daarom zijn toevlucht zoekt in een reactionaire en gewelddadige ideologie. Het is een dun boekje waarin het verhaal snel gaat, zowel in het leven van Lohse als de geschiedenis. Voor je het weet heeft de radicalisering grond gevonden in het leven van Lohse en van vele anderen. Grote gebeurtenissen in het leven van Lohse wordt snel overheen gelezen terwijl het algehele verlangen van Lohse dat alsmaar sterker wordt voelbaar is door het hele boek heen. Bij mij komt het verhaal omhoog van de kikker in het water dat tot koken wordt gebracht en volgens de vertelling rustig blijft zitten. Dat is het gevoel dat dit boek mij ook geeft. Als je het rustig en met aandacht leest dringt de ijzingwekkende boosheid, de eindeloze frustratie en het verlangen en de verlossing dat huist in deze rechts-radicale beweging volledig tot je door in slechts 143 pagina’s. De beleving en gedachten van Lohse van de ontwikkeling van het regime laat het onschuldig en idealistisch lijken wat dit boek zo mooi en krachtig maakt. Het geeft ruimte aan de intentie die in de ogen van Lohse passend is. “Hij, die elk ogenblik verschrikkelijk vond, enkel omdat het nieuw was geweest, die het komende had gevreesd en het blijvende gekoesterd, hij spiegelde zich vermetele onmogelijkheden voor en verwachtte avonturen bij elke stap die hij zette.” Er schuilt overtuigingskracht in de verschrikkelijke ideeën door de wijze waarop het geschreven is in 1923 toen nog niemand kon voorzien wat de ontknoping van deze beweging zou zijn. En toch weet Roth dit als visionair te beschrijven met gruwelijkheden die recht doen aan de verschrikkelijke geschiedenis die dit boek beschrijft. Een boek gevuld met mooie quotes vol ambitie, terwijl kippenvel en rillingen over mijn rug lopen wetende waar deze verschrikkelijke en alles verwoestende ambitie op uit zou lopen. Een ambitie en verlangen dat onnoemelijk veel mensenlevens heeft gekost. En helaas komen daar ook de gelijkenissen omhoog die we helaas in onze wereld kunnen zien. Een verlangen naar een betere en eerlijkere wereld vanuit frustratie, boosheid en hopeloosheid waarbij keuzes worden gemaakt die uiteindelijk helemaal niet dienend zijn voor de boze en gefrustreerde burger. “Het was een zege van de bestaande orde. Twee ministers werden ten val gebracht. Zij wisten te veel van de geheime organisaties. Twee nieuwe werden benoemd. Zij wisten meer. Maar het waren vrienden. Ze behoorden tot de democratische partij. Zo leken ze democratisch. Maar ze waren erelid van de Bismarck-bond. En ze stonden in contact met München. En ze waren bang voor de arbeiders.” Het is een zege voor de politieke en persoonlijke doelstellingen van leiders die deze verlangens in de hand spelen en de onderliggende emoties als geen ander weten aan te wakkeren en gebruiken. Het griezelt mij tijdens het lezen van dit boek. Het spinnenweb is rauw, politiek, visionair, en geeft op schrijnende wijze inzicht in de geest van een tijdperk dat balanceert op de rand van de afgrond: het Duitsland van net na de Eerste Wereldoorlog. Voor mij zou dit het boek van het jaar 2025 moeten worden. Gewoon om mensen wakker te schudden. Hoewel het boek in 1923 verscheen, voelt het als een bijna profetisch werk. Roth doorgrondt al vroeg de onderliggende krachten die zouden leiden tot de opkomst van het nationaalsocialisme. Juist dat het boek onvoltooid is en eindigt op het moment voor de teloorgang van Lohse vind ik krachtig. Het laat de hoop van de Lohse leven terwijl het de consequenties visionair in beeld brengt. “Hij gelooft in zijn eigen woorden. Zijn overtuiging was het gevolg van zijn eigen spreken en groeide met de galm van de klanken. Zijn stem overtuigde hem.” Het tragische lot van Lohse die zich verliest in een vernietigende ideologie is voelbaar zonder dat Roth om de essentiële vragen heenloopt die confronterend naar voren komen vanuit het perspectief van de dader die Lohse uiteindelijk is. ‘Het spinnenweb’ is een hard, confronterend en visionair boek dat ondanks zijn onvolledigheid een diepe indruk nalaat. Roth toont zich hier al als een scherp observator van zijn tijd, met een feilloos gevoel voor de destructieve krachten die onder de oppervlakte van de samenleving borrelen. Het boek is direct, diepgaand, rijk en maatschappelijk urgent. Het is een verontrustend, belangrijk en beklijvend boek wat ik zeker aanraad! “Maar deze jonge broer met zijn zachte, goud glanzende ogen liet een heel werelddeel de lucht in vliegen.” Het spinnenweb van Joseph Roth, vertaald door Wilfred Oranje en uitgegeven door Atlas Contact in 2021. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Als iemand jou dwarszit in dit zonnige land, schrijf dan gaven in marmer, maar onrecht in zand. Jakub Małecki is een met lof overladen Poolse schrijver. ‘Saturnin’ is zijn tweede boek wat hij uitbracht in 2020 en in 2022 in Nederland gepubliceerd is. Het bevestigt zijn bijzondere talent voor het weven van persoonlijke verhalen in het grotere weefsel van de geschiedenis. Het is een relatief kort boek waar ik helemaal in meegesleept werd en wat ik absoluut zou aanraden. Het is een boek over herinneringen en trauma’s, over oorlog en verzoening, maar ook over liefde en familie en de ondraaglijke zwaarte van zwijgen. Op een avond krijgt de voormalig bodybuilder Saturnin een telefoontje van zijn moeder dat zijn 96-jarige grootvader Tadeusz is verdwenen. Vanuit zijn eentonige en rustige leven vertrekt hij naar zijn geboortedorp. Eenmaal terug in zijn geboortedorp komt hij terecht in een draaikolk van herinneringen en familiegeschiedenis. Het leven van drie generaties ontvouwt zich langzaam in de zoektocht naar zijn grootvader. Parallel aan Saturnins zoektocht ontvouwt zich het verhaal van Tadeusz als jongeman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tadeusz is een zachtaardige muzikant die nooit soldaat wilde worden, maar tegen zijn wil een wraakzuchtige partizaan werd en zich daarna in een diep stilzwijgen hulde. “Ik was een wals, ik was een atoombom, ik was een draak en ik verslond hen allemaal met botten en al.” Als Saturnin hem vindt, zijn trompet opgraaft en zijn grootvader eindelijk begint te vertellen, hoort hij een verhaal dat zijn eigen jeugd in een ander daglicht stelt. “Ik ben 30 jaar, jong noch oud, ik had liever dat het al wat later was of desnoods wat vroeger, als ik maar wat concreter was, maar nu draai ik als een anonieme muis in een loopwiel elkaar opvolgende eentonige dagen af die bestaan uit werk, naar het werk gaan, van het werk thuiskomen, boodschappen doen, eten, naar de computer staren en avondwandelingen. Ik moet echt stoppen met snoepen.” Małecki laat twee levenslijnen vloeiend in elkaar overlopen. Terwijl Saturnin worstelt met zijn plaats in de wereld en zijn familie, leren we Tadeusz kennen als een jonge man die door ervaringen en een leven in tijden van oorlog uit idealisme en vriendschap zijn leven op het spel zet. “De jeugd denkt zelden aan de ouderdom, maar de ouderdom denkt vaak aan de jeugd.” Maar Saturnin is niet zonder hoop. Van zijn grootvader leert hij dat muziek sterker is dan de verwoestende indrukken van een oorlog en liefde overwint en in zijn eigen leven leert hij dat ondanks gebroken botten dromen werkelijkheid kunnen worden. Małecki’s stijl is sober maar geladen, poëtisch en helder. Hij begrijpt de kunst van lange zinnen, van woorden in één adem, zonder in de war te raken maar wel met ademnood. Zijn taal heeft iets ontroerends eenvoudigs en tegelijk blijft het gevoel hangen dat er iets niet klopt. “Soms zie ik meer, heel precies, en zit ik vol met woorden die niet van mij zijn. Weer als die radio, om de haverklap ben ik afgestemd op iets waarvan ik daarvoor absoluut geen weet had.” Het geeft de lezer ruimte om te voelen, te denken, en de brok in de keel langzaam te laten zakken en het verhaal in zich op te nemen. Door de afwisseling van perspectieven en stemmingen door de generaties heen in een veranderend Polen ontstaat een gelaagd portret van menselijke veerkracht. Het is een gruwelijk verhaal met daarin de waanzin van een familie. De sfeer in het boek is droomachtig en de ‘wat als-vraag’. Heel langzaam ontvouwt zich het plot vergezeld van terugblikken op het leven door de generaties heen. Het verhaal voelt rond en compleet vanuit de echo van de generaties. Małecki schrijft geestig en toegankelijk. Ik vind het heerlijk en fascinerend om te lezen hoe Małecki de karakters in dit boek opbouwt in de kleine details van het leven die ontzettend veel kunnen zeggen. Over zijn moeder zegt Saturnin bijvoorbeeld: “Ze lijdt aan zinnen-loosheid, ze heeft altijd geleden aan dat gebrek aan punten en andere leestekens die het mogelijk maken afzonderlijke delen in haar uitspraken uit elkaar te houden en daardoor komt het gewist van het afremmen van die woordenvloed gewoonlijk voor rekening van haar gesprekspartner, van mij.” Ondanks dat het boek gemakkelijk en fijn leest, snijdt het echter heftige thematiek aan die niemand onberoerd laat. Tadeusz is geen held in klassieke zin, maar een jonge man die keuzes moet maken onder onvoorstelbare druk. Zijn dagboekfragmenten tonen niet alleen de gruwel van de oorlog, maar ook de innerlijke verscheurdheid die daarmee gepaard gaat die generaties lang doorwerkt. Tegelijkertijd is er ook ruimte voor het alledaagse in de levens van de beschreven generaties. Het boek leeft door kleine observaties, ironie, en soms zelfs een vleugje absurditeit vooral in de figuur van Saturnin zelf met zijn licht neurotische inslag en gevoel voor ongemak in zijn 30-jarige bestaan. “Ik ben 30, ik leef alleen en ik wacht de hele tijd op iets wat maar niet wil gebeuren.” Deze mengeling van lichtheid en zwaarte maakt het boek niet alleen aangrijpend, maar ook verrassend toegankelijk. Het is een boek wat blijft hangen als een hoopvolle mist. “Over de velden ligt, zover het oog reikt, een mist die zo dicht is dat ik me kan voorstellen dat ik er een handvol uit neem en opeet. Koel en zoet als de melk die een hele nacht in de kelder heeft gestaan.” Zoals de Tadeusz moeite heeft naar de toekomst te kijken en Saturnin het verleden niet kan laten rusten en dit meeneemt naar de toekomst in ernstige gedachtengangen en droomachtige herinneringen. Het is de ingetogenheid wat het boek krachtig maakt. Het leest fijn terwijl het zware onderwerpen aandient. Jakub Małecki behoort inmiddels tot de interessantste hedendaagse Poolse schrijvers, en Saturnin is een overtuigend bewijs van zijn kunnen. Hij snijdt universele thema’s aan met een stem die tegelijk gevoelig, helder en doordringend is met lichtheid. Kortom, een absolute aanrader! “Ergens diep in mijn lichaam liep een vermoeide conciërge langzaam rond en sloot achtereenvolgens alle delen ervan af.” Saturnin van Jakub Malecki, vertaald door Karol Lesman en uitgegeven door Querido in 2022. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Vreemd genoeg ben ik nooit bang geweest om dood te gaan. Niet omdat ik zo moedig ben, maar omdat ik niet kan begrijpen dat het mij zou kunnen gebeuren. ‘De morgenster’ is het eerste deel van een nieuwe reeks van Karl Ove Knausgård. Het boek is gepubliceerd in 2020, vertaald door Martin Mars en in Nederland gepubliceerd in 2021. Knausgård staat bekend om zijn vermogen om het alledaagse tot in de kleinste details te beschrijven en tegelijk universele, existentiële thema’s aan te snijden met in dit boek een leidend bovennatuurlijk fenomeen. In ‘De morgenster’ ontstaat een soort filosofische puzzel waarvan de contouren pas echt zichtbaar worden bij de laatste bladzijde – of specifieker: in het essay dat het boek afsluit. Het boek leest fijn en snel en er ontvouwt zich een intrigerend en diepgaand verhaal. Toch is het ook zoeken door het fragmentarische karakter. “Het mooie was het idee dat de duisternis onafhankelijk van hen inviel. Dat ze lagen te slapen terwijl buiten het licht uit de bomen en de bosgrond verdween en nog een tijdje zwak aan de hemel bleef schemeren. Tot ook die zwart werd en het enige licht in het landschap het schijnsel van de maan was dat door het wateroppervlak in de baai spookachtig werd weerkaatst.” ‘De morgenster’ opent met een astronomisch fenomeen: een mysterieuze nieuwe ster verschijnt plotseling aan de hemel. Het verbindt een reeks ogenschijnlijk losse verhaallijnen, die weinig met elkaar te maken lijken te hebben. We volgen verschillende personages, ieder met hun eigen achtergrond, levensfase en perspectief. Van een predikant die de liefde voor haar man verliest en worstelt met geloof en zingeving, tot een ziekenhuisverpleegkundige die geconfronteerd wordt met vreemde medische fenomenen, en van een tienerjongen met duistere gedachten tot een kunstenaar die mentale grenzen opzoekt. Zo nu en dan raken de personages elkaar en wandelen ze door elkaars hoofdstukken heen. De kracht van het boek ligt in de manier waarop Knausgård deze levens beschrijft: met een haast klinische nauwkeurigheid en tegelijk een voelbare empathie. Hij laat je als lezer intiem meekijken in het hoofd en hart van zijn personages, de wanhoop en zoektocht. “Ze leek net een meisje dat verdwaald was in de wereld en zichzelf vertelde hoe goed alles ging.” Er wordt gediscussieerd over religie, we zien psychisch lijden, we ontmoeten de dood en zien de zorg voor anderen en de wanhoop als dit niet lukt. En dan is daar het magische element aan de hemel, de grote morgenster, de supernova die oplicht aan de hemel. Is dit het begin van het einde of de redding die de personages in het boek zo wanhopig zoeken? Knausgårds personages reflecteren op het leven, de dood, geloof, het kwaad, hun identiteit en bewustzijn. “Ik wilde betekenis geven aan mijn leven. Maar ik kon niet geloven in iets waar ik niet in geloofde. Ik kon me er niet in storten en hopen dat iets daar me wel zou opvangen, heel simpel omdat ik niet geloofde dat er daar iets was.” Deze overdenkingen zijn niet geforceerd of abstract, maar ontstaan organisch uit hun dagelijkse bezigheden en confrontaties. Als Tove psychisch lijdt en haar man Arne zo goed mogelijk voor haar probeert te zorgen en de kinderen wil beschermen verliest hij de moed en verschuilt zich in drank. Knausgård lijkt er bewust voor te kiezen om het realisme te doorbreken met bijna metafysische observaties en gebeurtenissen. Soms scherpzinnig en soms wat over de top naar mijn idee. Hierdoor ontstaat wel een sfeer waarin het alledaagse en het bovennatuurlijke op natuurlijke wijze naast elkaar bestaan. Dat Knausgård het alledaagse tot in de minutieuze details kan beschrijven dat bewijst hij in dit boek ook weer. Hij gaat zeer gedetailleerd in op de beroepen en werkomgevingen van zijn personages. Of het nu gaat om een journalist en de honger naar nieuws, een verzorgende, een arts in het ziekenhuis of een predikant. “Waren deze gedachten, al die vormen van vooroordelen, zo vaak gedacht dat ze een deel van ons waren geworden ook al hadden we ze niet zelf gedacht?” Niet alleen de handelingen worden nauwkeurig geschetst, maar vooral de gedachtepatronen en overwegingen die bij het werk horen. De beroepen zijn geen toevallige setting, maar vormen een lens waardoor het grotere thema – de grens tussen leven en dood, mens en dier, goed en kwaad, zorgen voor jezelf en voor anderen – scherp in beeld komt. Het boek lijkt met elkaar verweven door kleine elementen die gedurende het verhaal duidelijk worden. Toch is er bij elke wisseling van perspectief een zekere afstand die opnieuw overbrugd moet worden – iets wat soms even schakelen vraagt als lezer. “Nu hield ik het meest van augustus. Dat was ook niet zo vreemd; ik stond midden in het leven, in een tijd waarin dingen worden voltooid, in het langzaam stagneren van de overvloed, vlak voordat die begint af te nemen en in een al even traag verval verdwijnt.” Als je vervolgens het essay aan het einde van het boek leest vallen alle puzzelstukjes op hun plaats van de filosofische en diepgaande lijn die door het boek verweven is en komen we uit bij de dood. Dit houdt de vraag overeind of dit het begin van het einde is of de redding. “De morgenster is een roman over het onbevattelijke, over het grote drama gezien door de beperkte lens van het kleine leven. Maar bovenal is het een roman over wat er gebeurt als de duistere kracht in de wereld wordt losgelaten.” Een boek wat in deze tijd zeker relevant is en waar een filosofisch onderzoekend perspectief geen kwaad kan. Het boek daagt uit tot nadenken over dat waar je goed mee doet en dat waar je kwaad mee doet, voor jezelf en de mensen om je heen. Bij de opdracht voor in het boek staat: “In die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar die niet vinden. Ze zullen ernaar verlangen te mogen sterven, maar de dood zal van hun wegvluchten.” En met deze opdracht is het hoofdthema in het boek duidelijk. Een uiterste wanhoop in zware tijden zonder te kunnen ontsnappen. Morgenster is een boek die je laat nadenken, verwart, verwondert en soms zelfs frustreert – maar altijd blijft boeien. Knausgård toont zich wederom een meester in het blootleggen van de duistere wanhoop in een wereld waar overvloed is. Sommige passages in het boek zijn ronduit verrassend, soms ook wat grotesk of onwaarschijnlijk. Voor wie bereid is zich over te geven aan het ritme en de veelheid aan perspectieven, is dit boek een wonderlijke zoektocht, een onderzoek naar religie en realiteit. “De schrijftaal is de horizon van de cultuur, de dood is de horizon van het leven, en dat mensen schrijftaal in de eerste plaats benutten om zich tot de dood te wenden, heeft op een wonderbaarlijke maar duidelijke manier betekenis.” De morgenster van Karl Ove Knausgård, vertaald door Martin Mars en uitgegeven door De Geus in 2021. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Wie weet, misschien behoort verwachting wel tot de natuur van de horizon, want ik volgde die verre rode schitteringen alsof ook ik iets van die horizon verwachtte. Wieslaw Myśliwski’s meesterlijke en meest autobiografische roman ‘De horizon’ is gepubliceerd in 1996 en in 2017 uitgebracht in Nederland, vertaald door Karel Lesman. ‘De horizon’ gaat over een kindertijd in Polen en laat een ontroerend portret zien van een klein gezin en intrigerende familie. Myśliwski’s werk is lange tijd onopgemerkt gebleven door zijn teruggetrokken bestaan. Toch is het boek ‘De horizon’ bekroond met de prestigieuze Nike-literatuurprijs in 2017. In het boek ontmoeten we Piotr, een oudere man, die terugblikt op zijn leven en jeugd in Polen getekend door de Tweede Wereldoorlog. Hij beschrijft een foto van hem en zijn vader en aan de hand van deze foto en beschrijving leren we langzaam het gezin en de familie kennen. “Een mens zou zich niet zoveel moeten herinneren. Een mens is geen vat. Niet alles past erin. En het ergste is als het begint over te lopen.” In het begin van het boek trekt Piotr als kind met zijn vader, een voormalige officier, en zijn moeder in bij zijn schoonfamilie op het Poolse platteland. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang en ze zijn geëvacueerd uit de grote stad. Eenmaal op het platteland volgen we het geklets en de rituelen van Piotrs grootouders, moeder, ooms en tantes. Vanuit gesprekken en gewoonten die ogenschijnlijk nergens over gaan, leren we de familie diepgaand kennen. Zo gaat de hele familie op zaterdag naar het land om te werken en blijft tante Jadwina als enige achter om haar haren te wassen en niemand vind dit erg, ook opa niet. Oom Stefan weet op zaterdagochtend altijd even te ontsnappen van het land en terug te keren naar het huis. “Niemand droomt zomaar voor niks. Dromen moet je met het leven verdienen en vaak betaal je daarvoor een bittere prijs. Ach, hoe bitter. Je droomt niet van pijn als het in het echt niet pijn doet. Je droomt ook niet van liefde al je in het echt niet lief hebt.” Gedurende het verhaal wordt later duidelijk waarom niemand in de familie dit erg vindt. Je hebt het gevoel bij het gekibbel aan de keukentafel te zitten. Terugblikkend wervelt het boek rustig door het leven van Piotr. Aan de hand van diverse onderwerpen, voorwerpen en plaatsen wordt het leven stukje bij beetje opgebouwd en afgepeld. Bijvoorbeeld regen of het verhaal over de ongelijke schoen. Het zijn kleine voorwerpen die groots worden gemaakt. Als fragmenten die op willekeurige momenten opduiken en samen in vele lagen het leven compleet maken en met gemak in elkaar overvloeien. “Ze heeft me die schoen tot het einde van haar leven voorgehouden. Net zoals ze mijn vader voor hield dat hij haar zo vroeg had verlaten, waarbij ze zijn dood niet als een dood beschouwde waarvan zij wist dat hij er geen vrede mee kon hebben, maar als een verduistering waar hij zich vanuit een eigen keuze in het geheim voor haar schuldig aan had gemaakt.” In al deze kleine dingen leren we de bijzondere karakters van de familieleden kennen. Het is een fantastische opbouw van personages. Compleet, meelevend, bizar. Zo heeft oom Wadlek een grootse obsessie voor Raafje, de hond waarvan een oog uitgestoken is en wat oom Wadlek maar niet kan laten rusten. Ook de recepten van moeder en het nauwkeurig bijhouden daarvan in haar schrift, de verloren schoen, vader met zijn ziekte en de droom van de leren schoenen en bijpassende tas die hij voor moeder zou kopen, of zijn verhalen over veldslagen. Tante Jadwina met haar haar en haar fenomenale borstpartij. En niet te vergeten, de dames Poncka met hun tango, cacao en stropdassen waarbij het gezin in het souterrain woont. Al deze voorbeelden zijn met aandacht uitgewerkt en roepen effectief beelden en gevoelens op waarbij meerdere lagen worden aangeboord. Mijn nieuwsgierigheid naar de personages wordt gewekt en de humor en wonderbaarlijke beschrijvingen zorgen ervoor dat ik mij blijf verwonderen. ‘De horizon’ is prachtig geschreven met een nuchtere, poëtische en lyrische schrijfstijl. Meeslepend en ontroerend krachtig neemt Myśliwski ons mee in zijn meest autobiografische roman. Een stukje uit het boek waarbij de emotie en spanning van Piotr voelbaar is in de meeslepende schrijfstijl van Myśliwski ontstaat bij de speech van de kameraad. Voorbereid komt Piotr ten tonele om een speech te doen als blijkt dat voor hem een openingsspeech wordt gehouden door de eerste secretaris die gelijk blijkt te zijn aan die van Piotr. We volgen de gedachten van de jongen in detail en de hoop dat de secretaris halverwege stopt zodat hij het af kan maken komt tot leven en wordt ongeëvenaard ten tonele gebracht. De tijd loopt door elkaar in het boek en gaat naadloos in elkaar op en over. De herinneringen lopen door elkaar en dat kan er ook voor zorgen dat het boek wat uitdagender is om te lezen. Toch past het goed bij het idee dat het leven niet altijd logisch of chronologisch te begrijpen is. Zelden maakt Myśliwski gebruik van jaartallen. De tijdsaanwijzingen blijven vaag in de zin van voor, tijdens of na de oorlog waardoor het leven van Piotr en zijn familie organisch in elkaar overvloeien. Tijdens het lezen lijkt het een circulair opgebouwd verhaal. Cirkels van woorden in een cirkel van het verhaal. Zoals het verhaal van het opstel over de regen. Hij krijgt deze opdracht van de meester en vervolgens schrijft hij in het boek al zijn ervaringen met regen terugkijkend op het leven. En sluit vervolgens af met nadenken wat hij in het opstel over het nut van regen moet schrijven voor de meester. Een fenomenaal voorbeeld van hoe het boek de tijd laat vertragen en de steeds verspringende gedachten van Piotr volgt. Al dromend beweegt het boek zich door de cirkels van het bestaan heen. “Dromen weten het meest. In dromen kun je van iets dromen wat je anders nooit zou hebben geweten.” ‘De horizon’ doet mij aan het einde denken aan ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Gabriel García Márquez. Als ik vervolgens de achterkant lees, beschrijft de vertaler Karel Lesman: “Dit is geen magisch realisme, die is lyrisch realisme.” Dit kenmerkt zich door de poëtische woorden voor realistische situaties, de innerlijke beleving die als rode draad door het boek heenloopt en een vertraagde tijdservaring waarin tijd fluïde is en herinnering en bespiegeling de structuur bepalen. Wiesław Myśliwski wordt vaak gezien als een van de grootste Poolse schrijvers van de 20e eeuw, en ‘De horizon’ is een perfect voorbeeld van zijn unieke stijl en visie. Zijn vermogen om het alledaagse te verheffen tot iets levendigs en daar een ontroerend portret uit te distilleren is een van zijn grootste krachten. Met een poëtische woorden in lange, meanderende zinnen die de innerlijke gedachten van Piotr volgen ontstaan er diepgaande inzichten en prachtige beelden in een realistische alledaagsheid. De melancholie die door het boek heen loopt, is aangrijpend, maar wordt verzacht door momenten van schoonheid en hoop. “De zon begon als een kuiken uit de schaal uit de aarde te kruipen en de dauw was na de nacht nog niet verdampt.” De meningen over dit boek lopen zeer uiteen. Het is geen gemakkelijk boek om te lezen en het vraagt inderdaad wat van de lezer. Het wordt wel een oefening in geduld genoemd en wellicht terecht want Myśliwski heeft een rustig voortkabbelende stijl waar hij gerust meerdere pagina’s kan vullen over de ongelijke schoen. “Misschien ging het haar wel helemaal niet om die schoen, want elke keer als ze er tegen mij weer over begon, voelde ik alsof die verloren schoen haar hielp een beetje van de pijn los te laten als ze van pijn vervuld was. Ik begreep alleen niet waarom nu juist die schoen?” Toch vind ik het een fantastisch boek. Zeker in het begin kost het boek mij ook enig aandacht, maar al snel bevind ik me midden in het verhaal en kan ik het boek niet meer wegleggen. De schrijfstijl biedt rijke beloningen in de vorm van diepgaande inzichten en prachtige beelden. Juist in de details bouwen de lagen van het verhaal en het leven van Piotr in Polen zich op. Al met al vind ik ‘De horizon’ van Wiesław Myśliwski een meesterwerk dat je uitdaagt om na te denken over de grote vragen in het alledaagse leven. Het is een boek dat tijd en aandacht vereist, maar de beloning is een onvergetelijk verhaal. Met zijn poëtische stijl, diepgang en kronkelende gedachtengang behoort dit boek tot de literatuur die blijft hangen en je niet meer loslaat. “Woorden groeien in een mens immers tezamen met hem. Ze worden als uit ijzererts uit zorgen, kwellingen, tranen gesmolten. Niemand krijgt ze ten geschenke, alleen omdat hij waar en wanneer is geboren. De prijs van de woorden is ons lot.” De horizon van Wieslaw Mysliwski, vertaald door Karol Lesman en uitgegeven door Querido in 2018. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Als het heldere daglicht verdwenen is, zet de overgebleven helft alles op alles om te sprankelen, en daarom is het nachtlicht zo speciaal. ‘Alle geliefden van de nacht’ is het vijfde boek van de Japanse schrijfster en zangeres Mieko Kawakami. Recentelijk wordt meer van Kawakami’s werk ook in het Nederlands vertaald. Dit boek is in 2024, vertaald door Maria Smolders, door De Wereldbibliotheek gepubliceerd. De Japanse literatuur is in trek in Nederland en daar mag deze zeker niet in missen. Kawakami wordt inmiddels al in één zin met de immens populaire Murakami genoemd, en terecht. Het is een fijn geschreven en een intrigerend verhaal doordrenkt met elementen uit de Japanse cultuur en het dagelijkse leven. Ik denk dat het een heerlijk, herkenbaar boek is voor alle dertigers en iedereen die op dat decennium van hun leven terug kunnen kijken. Fuyuko Irie is een hardwerkende freelance redacteur in Tokio van halverwege de dertig. Geïsoleerd en geroutineerd komt ze haar dagen door werkend vanuit huis. Ze voelt zich voortdurend ongemakkelijk en opgelaten in het bijzijn van andere mensen. Ze denkt veel na over hoe het leven zou kunnen en moeten zijn, wat moet ze doen om echt te leven. In haar sociale contacten voelt Irie zich voortdurend ontoereikend. Bijvoorbeeld met haar opdrachtgever en vriendin Hijiri, een krachtige, succesvolle vrouw die volop van het leven geniet. Maar alleen in haar eigen huis, voelt ze zich goed en vrij. “Ik sloot mijn ogen, strekte mijn armen uit en bewoog mijn lichaam en mijn hoofd alle kanten op, en dansend alsof ik het licht door elkaar wilde roeren liep ik zo eindeloos de kamer rond.” Wanneer ze op een dag besluit haar huis uit te gaan en naar een cultureel centrum te gaan, is het enige wat haar genoeg moed geeft om dat te doen door veel alcohol te drinken waarmee ze in haar dagelijkse leven de scherpe randjes ervan af haalt. Tijdens deze ontdekkingsreis ontmoet ze verschillende mensen die haar uitdagen en inspireren om naar buiten te gaan en haar perspectief op zichzelf en de wereld om haar heen te herzien. Tijdens deze zoektocht naar verandering ontmoet ze verschillende mensen die haar uitdagen en inspireren om naar buiten te gaan. Onderweg komen herinneringen en emoties naar boven die ze lange tijd heeft onderdrukt, waardoor ze geconfronteerd wordt met haar verleden en de keuzes die haar tot dit punt hebben gebracht. Ze onderzoekt zichzelf als de vrouw die van een focus op fouten haar beroep heeft gemaakt, mislukt in haar graai naar positivisme. “Als er een succesformule bestaat voor hoe je moet leven, dan is het wel dat je over de hele linie niet te serieus moet zijn.” Kawakami wordt inmiddels in één zin genoemd met gigant Haruki Murakami en ik kan mij daar wel in vinden. Net als de boeken van Murakami kon ik ook dit boek niet wegleggen. Ondanks dat er weinig gebeurt in het boek, grijpt de ingetogen beschouwing op eigen leven, gevoel en denken mij aan. Iets waar ook Murakami een ster in is. Ook de kleine dagelijkse dingen die beschreven worden in dit boek zijn een knipoog naar het werk van Murakami. Waar Kawakami wel een duidelijk verschil maakt is het centrale vrouwelijke personage. De boeken van Murakami gaan voornamelijk over mannen, meestal eenzame mannen en de vrouwen staan niet centraal in deze boeken. Kawakami onderzoekt met haar boeken, waaronder ook in ‘Alle geliefden van de nacht’ wat de positie is van de vrouw in de Japanse cultuur. Ze geeft daarmee nadrukkelijk meer gezicht aan de Japanse vrouw de onmogelijke standaarden waaraan vrouwen moeten beantwoorden. Mieko Kawakami maakte vaak gebruik van Osaka-ben, een kenmerkend Japans dialect dat in Osaka en omliggende steden wordt gesproken, en het Japans is van de arbeidersklasse in Osaka. Smolders heeft dit fenomenaal vertaald en laat de sfeer leven in het boek. Kawakami's schrijfstijl is introspectief en poëtisch, met oog voor detail en nuance. “Alsof ze iets wilden ontvluchten, alsof ze mij wilden ontvluchten, kropen de tranen als levende wezens die ’s nachts actief zijn over mijn wangen en bleven maar stromen, onder ophouden.” Ze slaagt erin de innerlijke wereld van haar protagonist op een authentieke en meeslepende manier te beschrijven. De stad komt tot leven onder de pen van Kawakami. Dertigers opgelet! Kawakami weet het leven van de Japanse vrouw midden dertig ontzettend mooi te vangen en vooral de innerlijke reuring. In het boek zit een fragment dat Irie in een boekenwinkel is en allemaal dames van haar leeftijd rondom een boekentafel ziet staan. De boeken gaan over trouwen, kinderen krijgen, liefde vinden, verliefdheid, alleen blijven, werken, hoe je moet leven als je dertig bent of in de dertig bent. Ik denk herkenbaar voor veel dertigers in de Westerse landen. Hoe is het dan in Japan? Ook in Japan worden vrouwen in de dertig vaak geconfronteerd met verschillende maatschappelijke verwachtingen en stereotypen die voortkomen uit traditionele opvattingen over genderrollen, huwelijk en carrière. “Omdat ik bang was om gekwetst te worden, deed ik niets. Omdat ik bang was voor mislukkingen, omdat ik bang was om gekwetst te worden, had ik nergens voor gekozen en niets gedaan.” In de Japanse samenleving wordt jeugdige schoonheid sterk gewaardeerd. Vrouwen boven de dertig worden soms als minder aantrekkelijk gezien en krijgen te maken met leeftijdsdiscriminatie. Ongehuwde vrouwen die ervoor kiezen om een onafhankelijk leven te leiden, kunnen te maken krijgen met sociale isolatie en vooroordelen. En dat zijn een paar van de stereotyperingen waar Japanse vrouwen tegenaan lopen die Kawakami ontzettend mooi heeft verwerkt in dit boek, zowel in het karakter van Irie, maar ook van de sterke en onafhankelijke Hijiri. “Het werk dat ik nu deed, de plek waar ik woonde, het feit dat ik helemaal alleen was, dat ik niemand had om mee te praten… was dit het resultaat van keuzes die ik gemaakt had? Ergens ver weg hoorde ik het gekras van een kraai en ik keek naar het raam. En toen besefte ik dat ik nooit ergens voor gekozen had.” Alle geliefden van de nacht is een bitterzoete roman, intelligent en innemend, die ons eraan herinnert dat de pijn het soms waard is. Onderwerpen als eenzaamheid, zelfontdekking en de zoektocht naar verbinding worden onder een vergrootglas gelegd in een stad die eeuwig doorgaat en een leven dat stilstaat. Soms past een boek gewoon even bij je, soms past het bij je leven, soms zitten er herkenning in, soms raakt het je gewoon. Dit boek heeft mij gegrepen en ik ben zeer enthousiast. De boeken van Murakami lees is zeer gedoseerd zodat ik er langer van kan genieten, maar nu is er een schrijfster die hem kan evenaren. Lekker genieten dus van dit boek. Het is een mooie kennismaker met Kawakami’s werk en fantastisch en meeslepend geschreven. Alle geliefden van de nacht van Mieko Kawakami, vertaald door Maria Smolders en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 2024. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Ziel was het onveranderlijke deel van haarzelf. Het lichaam, daarentegen, was dat geduchte beest dat na jaren winterslaap ontembaar en veeleisend ontwaakte. Isabel Allende heeft vele boeken geschreven en een aantal van die boeken gaan over dezelfde familie of kunnen als een serie beschouwd worden. De boeken kunnen ook separaat gelezen worden. Zo ook het boek ‘Fortuna’s dochter’ wat in dezelfde serie past als ‘Portret in sepia’ en ‘Het huis met de geesten’ waar ik eerder al wat over geschreven heb bij de Letterfretter. ‘Fortuna’s dochter’ is gepubliceerd in 1999 als tweede boek in deze serie. ‘Het huis met de geesten’ vond ik een heerlijk boek dat ik niet meer weg kon leggen, dus mijn verwachtingen van ‘Fortuna’s dochter’ waren hoog. Allende schrijft fijn, de boeken zijn heerlijk leesbaar en het verhaal is goed met fijn opgebouwde en mooie iconische karakters. Toch vond ik dit boek minder. Enerzijds zijn de karakters minder uitgesproken en anderzijds komt het magisch realisme waar ik ontzettend van houd ook niet naar voren in dit boek. Of misschien waren mijn verwachtingen te hoog. In ‘Fortuna’s dochter’ volgen we de familie Sommers, twee broers en een zus, tussen 1843 en 1853. Eén van de broers is kapitein en vaart de wereld over, de andere broer is directeur van de Britse Compagnie in Chili en hun ongetrouwde zus Rosa bestierd het huishouden in Chili. Zij heeft een dochter Eliza aangenomen in huis en verzorgt haar met alle liefde, alsof ze haar eigen kind is. Net als zus Rosa komt Elize jong en ongetrouwd de liefde tegen en laat ze zich verleiden. En dan start haar reis, achter de liefde van haar leven aan richting de goudaders in Californië. Ze ontmoet Tao Chi’en en komt als verstekeling aan boord van een schip dat richting Californië gaat. Onderweg voert ze een doodsstrijd in een kleine benauwde ruimte onder het toeziend oog en de helende handen van Tao Chi’en. “Zijn oproepen tot gerechtigheid waren overgeleverd aan de genade van de wind en de onverschilligheid van de mensheid.” Eenmaal daar komt ze in een woestenij terecht. Een land vol misdaad, overvallen, gewelddadigheden, mishandelingen, moord en afpersing. Ook over haar geliefde gaan wilde geruchten rond. Hij zou een bandiet zijn die gruwelijkheden begaat en rondtrekt door het land, maar eeuwig getrouw aan zijn vriendin. “Wat was voor het land met onmetelijke ruimte en eenzame mannen, een land dat openlag om te worden veroverd en verkracht, een betere held dan een bandiet?” Op zoek naar hem ontmoet Eliza mensen, bouwt vriendschappen op en ontdekt haar ware liefde. Ze leert haar plek vinden in deze woeste samenleving. Allende staat bekend om haar kunst om historische contexten te verweven met krachtige persoonlijke verhalen en daarin universele thema’s als liefde, identiteit en samenleven te verkennen. In Fortuna's dochter neemt Allende de lezer mee op een meeslepende reis door het koloniale Chili en het ruige Californië tijdens de goudkoorts in de 19e eeuw. Tijdens de ontdekking en vorming van het nieuwe land, vormt ook het leven, de liefde en de identiteit van Eliza zich. Naast liefde, identiteit en zelfontdekking lopen ook schaamte en geheimen als rode draad door het boek heen. Een niet uitgesproken vaderschap, of de erotische romannetjes die Rosa schrijft en haar broer voor haar laat drukken in Londen. “Ze ging het domein van de dromen binnen over een weg die ze al vele malen begaan had en keerde terug met de grootst mogelijke behoedzaamheid, zodat de visioenen niet zouden uiteenspatten tegen het rauwe licht van het bewustzijn.” De familie Del Valle die in deze serie van Allende terugkomt, zien we maar heel even in dit boek. Toch blijkt de tiranniek van de vader over de arbeiders hier al een rol te spelen en ook aan ondernemerschap is geen gebrek. Fortuna is het stoomschip wat Paulina, de dochter van de familie Del Valle heeft gekocht. Het is een van de eerste stoomschepen die naar California heen en weer reist met een blauw blok ijs zo groot als een walvis en verse producten uit Chili. Allende’s schrijfstijl is een van haar grootste troeven. Haar taalgebruik is rijk, poëtisch en doordrongen van een zintuiglijke beeldtaal die jou als lezer volledig onderdompelt in de wereld van haar personages. In Fortuna’s dochter combineert ze een epische verhaallijn met intieme, persoonlijke momenten. Het resultaat is een verhaal dat zowel groots als diep menselijk aanvoelt. De structuur van het boek is lineair, maar met flashbacks waarin we de karakters beter leren kennen. Bijvoorbeeld de historie van Tao Chi’en en de rijke geschiedenis en cultuur van China die hij meebrengt naar de ‘melting pot’ die Californië tijdens de goudkoorts wordt. Deze uitstapjes in de flashbacks dragen bij aan de rijkdom en diepgang van het boek en zijn een heerlijke toevoeging aan het verhaal. Het magisch realisme waar Allende’s schrijfstijl van doordrongen is, komt in dit boek veel minder naar voren. Dat vind ik persoonlijk wel ontzettend jammer. Het geeft in mijn beeld zoveel meer perspectief aan haar verhalen. “Kennis zonder wijsheid is van weinig waarde en zonder spiritualiteit bestaat er geen wijsheid.” Eliza Sommers is een inspirerend personage wiens groei en onafhankelijkheid centraal staan in het verhaal. Haar reis naar zelfontdekking is universeel en tijdloos. Voor een vrouw in die tijd was dat zeker niet gewoon. “Ze had duidelijk het gevoel dat ze een nieuw verhaal begon waarin zij hoofdpersoon en vertelster tegelijk zou zijn.” Eliza ontmoet ook nog vele andere sterke vrouwen, beginnend met Miss Rose die heel bewust kiest om haar als kind aan te nemen, het geheim van haar broer te behouden en er heel bewust voor kiest om niet te trouwen. Joe de Bottenbreker en Esther zijn vrouwelijke personages die later terugkomen die ook bepalend zijn en krachtig genoeg zijn hun eigen verhaal vorm te geven en het plot van hun leven te veranderen wanneer ze dat willen. Maar ook Paulina Del Valle, de verstoten dochter die haar ondernemerschap omarmt en ontzettend rijk wordt met haar ideeën. “De angsten waren opgelost in de overweldigende grootsheid van het gebied.” Tao Chi’en, de Chinese arts die Eliza begeleidt en ondersteunt, is een ander gedenkwaardig karakter. Zijn verhaal biedt een fascinerende kijk op de ervaringen van Chinese immigranten in de Verenigde Staten tijdens de 19e eeuw. “De wereld is groot en het leven is lang. Alles is een kwestie van durven.” Zijn relatie met Eliza is gebaseerd op wederzijds respect en vriendschap, en biedt een tegenwicht aan de traditionele romantische verhaallijn. Samen gaan ze voor het goede en redden Ondanks dat boek niet helemaal aan mijn hoge verwachtingen voldeed, vond ik het wel een fijn boek om te lezen. Een heerlijke liefdesgeschiedenis om te lezen tegen een fantastisch historisch tijdperk. Allende blinkt in dit boek echt uit in de complexiteit van het samenkomen van de verschillende culturen in dit historische perspectief van de meedogenloze goudkoorts en de pasgeboren dorpen en steden in Californië. “Denk eraan dat de wijze man altijd vrolijk is, omdat hij de werkelijkheid aanvaardt.” Fortuna’s dochter van Isabel Allende, vertaald door Brigitte Koopmans en uitgegeven door De Wereldbibliotheek in 1999. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Alle dingen in de natuur hebben een verborgen lied, dingen die dromen tot een ademtocht ze een stem geeft. De melodie in het holle riet, de echo in de grond. Adem in. Adem uit. Bij elke ademtocht, nieuw leven. In 2001 publiceerde de Canadese schrijfster Kim Echlin haar tweede boek ‘Dagmars dochter’. Het boek is in het Nederlands vertaald door Anneke Goddijn en in 2002 gepubliceerd door de Geus. ‘Dagmars dochter’ is in alle opzichten een ritmisch boek waarbij de relatie tussen moeders en dochters een belangrijke plek inneemt. De muzikale en kunstzinnige ontwikkeling op het geïsoleerde eiland aan de Canadese kust nemen mysterieuze en magische vormen aan die weerspiegelt zijn in drie generaties vrouwen. We volgen de drie generaties vrouwen op het eiland Millstone Nether in de Golf van St. Lawrence bij Canada. Op het eiland bouwt Norea Nolan een bestaan voor zichzelf op. Ze wordt smoorverliefd op Rory en samen krijgen ze een dochter, Dagmar. Rory overlijdt voordat Dagmar geboren is en Norea staat er alleen voor. Ze werkt hard als melkvrouw op het eiland en voedt Dagmar op, zelfs als ze blind wordt na een abortus door de mysterieuze vrouw Moll, zet ze door. Dagmar blijkt te beschikken over magische krachten waarbij ze bloemen en planten razendsnel kan laten groeien en macht heeft over het weer. Ze wordt verliefd en samen krijgen ze een zoon en een dochter. Dochter Nyssa is een zeer getalenteerd muzikant en bespeelt haar viool als geen ander, een talent dat ze van haar vader heeft. Als Donal, een oude vriend van Colin, terugkomt op het eiland vallen Nyssa en Donal als een blok voor elkaar. Samen ontvluchten ze het eiland met desastreuze gevolgen voor de eilandbewoners. In het hele boek komt voortdurend het maken en creëren terug, bijvoorbeeld in de schilderkunst van een van de vrouwen op het eiland en uiteraard in de muziek die een rode draad door het verhaal laat klinken. “Op het eiland werd gedacht dat het leven niet mooi kon zijn zonder kunst, en ook dat kunst niet kon floreren zonder leven, vandaar dat er altijd iets verfraaiende werd gemaakt wanneer er extra tijd of materiaal was.” De kunst, natuur en de wijsheid geven een leidraad en kaders in het verhaal. Echlin heeft een poëtische en lyrische schrijfstijl met beeldende beschrijvingen. Ik vind het in dit boek minder goed uitkomen. Sommige schrijvers hebben dit zo volledig onder de knie dat een dergelijke schrijfstijl het verhaal verrijkt. Het lijkt in dit boek alsof Echlin ontzettend haar best doet om het mythische, poëtische, symbolische en lyrische in het verhaal te verwerken. Het beeldende taalgebruik en de symboliek ligt er te dik bovenop waardoor het verhaal overschaduwd wordt. Een van de onderdelen waar dit volgens mij het meest te merken is, is de opbouw van personages. Veel blijft vaag en onduidelijk. Alleen het karakter van Nyssa wordt iets meer uitgewerkt en opgebouwd. Ondanks dat het verhaal het leven van drie vrouwen schetst, weten we weinig tot niets over de achtergrond van Norea en ook Dagmar blijft vaag beschreven. Het zijn geen karakters in het boek om van te gaan houden. Nyssa komt dichter in de buurt, alhoewel ook die opbouw wel even duurt en het lang duurt voordat we Nyssa leren kennen. Wel komen er mooie en grootse onderwerpen in het boek naar voren, zoals de moeder-dochter relatie. Echlin toont aan hoe pijn en onvervulde verwachtingen doorgegeven worden van moeder op dochter, en hoe deze cycli moeilijk te doorbreken zijn. Nyssa doorbreekt uiteindelijk de gekooide liefde en kiest voor liefhebben in vrijheid. Toch blijft het bij momenten hangen in clichés, zoals het beeld van de moeder als een mysterieuze, bijna ongrijpbare figuur. De thematiek van verlies, liefde, en intergenerationele banden heeft een universele aantrekkingskracht die Echlin goed verwerkt in het verhaal en tot leven laat komen. “Er bestaan in de wereld twee soorten wijsheid. Oordeelwijsheid duldt geen vage grenzen en geen verzachtende omstandigheden. Natuurwijsheid heeft zwart in zijn wit en verandert mee met de dag, het gevoel en de temperatuur. Volgens sommige mensen is het het beste om oordeelwijsheid op jezelf toe te passen en natuurwijsheid op anderen.” Het boek doet denken aan een mythologisch verhaal of een sprookje, soms hoopvol, soms kwaadaardig. Het verhaal lijkt gebaseerd op verhalen van sterke godinnen, zoals de Soemerische godin Innana en Persephone in het verhaal van Homerus. Beide godinnen die, al dan niet vrijwillig, naar de onderwereld afreizen. Toch ben ik ook zoekende naar de vergelijkingen. Door de vele vergelijkende symboliek ontstaat er een zoektocht naar de uniekheid van het verhaal van de drie vrouwen. Het verhaal lijkt zich af te spelen in de moderne tijd met moderne muziek. Toch ademt het verhaal ook de tijdloze sfeer waarin magische natuurkrachten en primitieve leefwijzen de overhand hebben. Daar weet Echlin goed mee te spelen in het boek en zet het verhaal ook kracht bij. Dagmars dochter is een ambitieus boek. Het is een lekker boek om snel te lezen en bij weg te dromen op de poëtische klanken van het verhaal. Maar het kan ook frustrerend zijn om te lezen omdat het verhaal moeilijk naar de oppervlakte komt en lastig te volgen is. Als je zin hebt om je een middag mee te laten drijven op de poëtische klanken van beeldende beschrijvingen dan is dit boek een tip. Als je wil gaan zitten voor een lekker meeslepend verhaal met een krachtige en opbouwende uitwerking dan zou ik dit boek niet aanraden. Dagmars dochter van Kim Echlin, vertaald door Anneke Goddijn en uitgegeven door De Geus in 2002. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. Ik weet alleen op papier wat ik moet doen, in de werkelijkheid kan ik moeilijk passende woorden vinden. Magda Szabó heeft met haar boek ‘De deur’ een absoluut meesterwerk geschreven. ‘De deur’ is gepubliceerd in 1987 en in datzelfde jaar vertaald naar het Nederlands. Het boek is tenenkrommend en haalt het bloed onder je nagels vandaan en tegelijkertijd ontroerend mooi. Szabó heeft een van de meest bijzondere en verwonderlijke relaties ooit weten te creëren in dit boek en uitgediept tot een diepe verbintenis. Een Hongaarse schrijfster besluit een huishoudster te nemen om zich beter op het schrijven te kunnen richten en zo ontmoet ze Emerence. “Het schrijven is geen gemakkelijke baas, als we de zinnen niet afmaken, kunnen we ze nooit meer in hun oorspronkelijke kracht voltooien, de spanningsboog van de zinnen wordt verstoord in de nieuwe formulering, hun evenwicht is niet meer zeker.” Emerence is een eigenaardige, koppige en mysterieuze oudere vrouw met een haast mythische uitstraling en absoluut een ongewone huishoudster. Ze bepaalt ten eerste zelf wanneer en voor wie ze werkt, dus wanneer ze er is, dat is altijd de vraag en ze accepteert alleen opdrachten van mensen die ze respecteert. Haar strengheid, eigenzinnigheid en geheimzinnigheid fascineert en intimideert tegelijkertijd. Ze heeft de touwtjes stevig in handen en dicteert de gang van zaken in het huishouden, in plaats van andersom. Dit leidt tot een enigszins irritante doch fantastische dynamiek tussen de huishoudster en de schrijfster. Zo zegt de schrijfster over Emerence: “Deze vrouw heeft niet alleen geen nationaal bewustzijn, zij heeft geen enkel bewustzijn, haar schitterende brein fonkelt, maar onder de mist. Hoeveel dorst, maar dan dorst naar alles, hoeveel capaciteiten, maar dan voor niets.” Wat in eerste instantie een professionele relatie lijkt, groeit langzaam uit tot een intense en gecompliceerde band tussen de twee vrouwen. Het grote mysterie van Emerence is dat niemand haar huis mag betreden en ze ook zeer weinig over zichzelf verteld. Dit blijft een heikel punt in de relatie tussen de twee vrouwen. Heel langzaam leren we Emerence beter kennen en de schrijfster ontwikkelt een diepe bewondering en liefde voor haar. Toch blijft er altijd een zekere afstand en onbegrip tussen hen. Wanneer Emerence uiteindelijk ziek wordt en de schrijfster, uit bezorgdheid, tegen haar wil hulp inschakelt, heeft dit tragische gevolgen. De relatie die ontstaat tussen de vrouwen is fascinerend en tenenkrommend. De twee vrouwen verschillen ontzettend van elkaar. Ondanks dat groeien ze snel naar elkaar toe en ontstaat er een wederkerige waardering en liefde. Ze willen echter alles voorkomen om dat te laten merken en uit te spreken. Ze zijn elkaar voortdurend aan het analyseren en hun relatie op zoek naar signalen die ze vanuit hun eigen referentiekader interpreteren waardoor er scheefgroei ontstaat. Ze leren van elkaar en er ontstaat een ongeschreven waardering. “Vandaag weet ik wat ik toen nog niet wist: dat aanhankelijkheid niet op een zachte, beschaafde en evenwichtige manier uitgedrukt kan worden, en dat ik een ander op geen enkele wijze kan voorschrijven in welke vorm die het moet gieten.” Echter het eigen referentiekader blijft en door het gehele boek speelt een soort machtsstrijd over vriendschap tussen de twee vrouwen. En dat is zo verschrikkelijk akelig om te lezen, maar tegelijkertijd zo lief, begaan en mooi. “Zij was een voorbeeld voor iedereen, ieders hulp, het model, linnen zakdoeken kwamen uit de zak van haar gesteven schort als duiven, kleine stukjes kandij gehuld in papier, ze was de koningin van de sneeuw, de zekerheid zelf, in de zomer de eerste kers, in de herfst het geluid van neerploffende kastanjes, in de winter de gloeiende bak pompoen, in de lente de eerste knop aan de heg.” In deze bijzondere verhouding die ontstaat in het verhaal komen een aantal dieperliggende thema’s en motieven naar voren. Hoewel de schrijfster en haar man in principe de werkgever zijn, is het Emerence die de controle heeft. Haar autoritaire houding en onaantastbare principes maken haar de dominante figuur in hun relatie en blijven ze touwtrekken om de controle in handen te krijgen. Emerence haar geslotenheid maakt haar mysterieus en intrigerend, maar creëert tegelijkertijd een onoverbrugbare kloof. De deur die ze voor niemand opendoet en de geheimen die ze met zich meedraagt zijn een fysieke en emotionele barrière. Ik vind het mooi om te lezen hoe je iemand goed kunt leren kennen ondanks deze barrière. Toch blijft het de vraag waarom iemand zich gedraagt zoals ze zich gedraagt en is het ook een kwestie van vertrouwen wat in dit verhaal de relatie ook hindert. Emerence’s ware zelf blijft grotendeels verborgen. Dat wat we wel weten van Emerence haar achtergrond en ervaringen is dat ze zijn getekend door oorlog en verlies. Haar onverzettelijke houding en eigenaardige morele code komen voort uit een verleden van pijn. Ze is zowel een slachtoffer als een overlever, en haar onbuigzaamheid is zowel haar kracht als haar zwakte. De schrijfster worstelt daarnaast met schuldgevoelens over haar eigen acties en nalatigheid. Had ze Emerence’s keuzes moeten respecteren, of was ingrijpen noodzakelijk? “Een mens weet niet altijd wanneer hij iets onvergefelijke doet, maar als hij zoiets doet, heeft hij er toch een vermoeden van.” Dit boek stelt je voor een moreel dilemma: is bemoeienis met iemand anders altijd gerechtvaardigd, ook als het uit liefde voortkomt of wanneer je vanuit alle goede wil alleen maar wilt helpen? Wat ik het meest lastige vond om te lezen in deze relatie tussen de twee vrouwen was het herkenbare gedrag. De gedachtengang van de schrijfster waarin ze de relatie analyseert, waarbij je later in het boek leert herkennen dat Emerence met eenzelfde soort twijfels en gedachten heeft gewerkt. “Wie is er niet eenzaam, zou ik wel eens willen weten, ook degenen die iemand hebben zijn eenzaam, alleen hebben ze het niet door.” De schrijfster denkt veel en besluit dan het niet aan Emerence te vertellen en haar onwetend te laten. Toch had ze graag iets willen zeggen en delen, maar doet dit niet uit wraak doen, niet wetende of het de ander wat doet en daarmee eigenlijk meer zichzelf kwellen dan de ander. Szabó schrijft ingetogen, persoonlijk, intiem met ruimte voor reflectie en verwarring en verwondering. Haar zinnen en beelden spreken en brengen machtige emoties met zich mee. Het is een verhaal van een uiterst gespannen en turbulente relatie die zich langzaam en contemplatief opbouwt. Heel subtiel wordt met de gelaagdheid van de personages en de onderlinge interacties een verhaal gecreëerd door Szabó. Langzaam wordt je het raadsel van Emerence haar leven binnengetrokken, waarbij elke onthulling nieuwe vragen oproept in plaats van definitieve antwoorden. Niet voor niets is Szabó de grootste en succesvolste schrijfster uit Hongarije van de twintigste eeuw. ‘De deur’ is een meeslepende en aangrijpende roman die je dwingt om na te denken over morele verantwoordelijkheid, de grenzen van vriendschap en de complexiteit van menselijke relaties. Ze slaagt erin om een intiem en universeel verhaal te vertellen dat lang blijft nazinderen. Voor iedereen die houdt van literatuur dat een wonderlijk portret van de menselijke ziel verbeeld is ‘De deur’ een absolute aanrader. Het boek confronteert je met de ongrijpbaarheid van anderen en onze eigen gedachten die maar blijven ratelen en de dynamiek groots en meeslepend maken en de tragiek van onbedoelde gevolgen. Magda Szabó’s meesterwerk verdient dan ook een vaste plek binnen de wereldliteratuur en zal nog generaties lang lezers blijven intrigeren. “Vrolijkheid houdt je geest fris, van het tegenovergestelde raak je uitgeput.” De deur van Magda Szabó, vertaald door Anikó Daróczi en Ellen Hennink en uitgegeven door Promotheus in 2017. Ben je nieuwsgierig geworden? Dit boek kan je onder andere bestellen via deze link. |
Wie ben ikMijn naam is Anne Kleefstra. Ik lees al mijn hele leven graag. Vele vakanties en vrije uurtjes heb ik met mijn neus in de boeken doorgebracht. En ik vind het heerlijk! Categorieën
Alles
Archieven
December 2025
|










RSS-feed